veranderingen

Nu ik alweer een half jaar voornamelijk thuis werk en twee dagdelen per week naar kantoor mag, hangt het vele thuis zitten me vaak de strot uit. De meeste dagen kruip ik ’s ochtends onfatsoenlijk gekleed achter de laptop en ga, al tanden poetsend, aan het werk. Communicaties verlopen via WhatsApp of Skype. Ik word suf, lamlendig en verveeld van deze manier van werken. Mijn concentratie is ver te zoeken als ik op mezelf ben aangewezen. Ik raak sterk afgeleid door de eindeloze conversaties die ik met mezelf voer. Rond het middaguur kleed ik me aan. Ik snak naar de buitenlucht en maak een wandeling of bezoek iemand, dan pas voel ik dat ik nog leef.

Het voornamelijk tussen vier muren doorbrengen tijdens deze gehele lockdown maakt ook dat ik mijn appartement minder aantrekkelijk ben gaan vinden. De badkamer, toiletruimte en keuken dateren uit 1986 met groezelige bruine tegeltjes en voegen waar na al die jaren vanzelf bloemetjes uit beginnen te groeien. Schoonmaken is een ondankbaar karwei en ik krijg er steeds minder plezier in, voor zover ik dat al ooit had. Ik heb (helaas) geen poetsfiemel.

Ik vond het tijd voor verandering, ondanks dat ik daar slecht tegen kan en meestal hardnekkig vasthoud aan het oude vertrouwde. Ik vroeg een renovatie aan bij de woningbouwvereniging. Na een half jaar wachten gaat deze komende week eindelijk van start. De renovatie gaat drie weken duren. Ik krijg een nieuwe, badkamer, toiletruimte en keuken. Op dit moment is mijn woning een grote zooi. Alles is aan de kant geschoven om plaats te maken voor de bouwvakkers die de komende drie weken mijn appartement (en mij…) vergezellen. Veel zal ik niet van ze gaan zien. Ik heb mijn hutkoffer gepakt en ga tijdelijk bij mijn vriend wonen.

Zo’n ingrijpende gebeurtenis is eigenlijk helemaal niks voor mij. Ik moet vastigheid en rust hebben, geen chaos of vreemde mannen met dominante boormachines. Bij mijn vriend behoud ik deels mijn rust. Mochten we elkaar beu worden, zijn vrijgezelle onderbuurman heeft aangeboden dat ik dan van harte welkom ben om bij hem te komen wonen. Ik ga wel elke dag even kijken in mijn eigen appartement en mezelf ervan proberen te overtuigen dat die onooglijke bouwval uiteindelijk echt iets moois zal worden… en ik er straks weer suf, lamlendig, verveeld en onfatsoenlijk gekleed achter mijn laptop eindeloze conversaties met mezelf kan voeren !

basis

inCollage_20200417_082102481

Leven in deze andere wereld bevalt bij nader inzien niet slecht. Het ontbreken van druk en verplichtingen, die normaliter onderdeel zijn van het leven, brengt aanzienlijk meer rust. Mijn wereld is in sociaal opzicht kleiner geworden, buiten dat, zie ik mijn wereld juist groter worden. Ik geniet van alles waar ik voorheen aan voorbij liep en vind historische stukjes van mezelf terug.

Vervelen doe ik mij niet. Gekleed in oude vodden, knommel ik lekker op mijn dooie gemak in huis wat aan. Ik knutsel hartjes om mijn raam op te vrolijken met liefde. Tijdens het koken maak ik een dansje met de spatel als microfoon voor mijn playback kunsten. Boodschappen doe ik eenmaal per week, puur omdat het moet. Het anderhalve meter gehannes verstoort mijn concentratie, een minpuntje. Ik kan moeilijk nadenken als menigeen ook nog eens breeduit en lomp middenin het gangpad staat te druilen. Liefst pleur ik maar wat in het winkelkarretje.

Met dit mooie weer ben ik vaak buiten. Fier en onwetend gaat de lente ondertussen al weken haar eigen gang. Het heeft bijna iets aandoenlijks. Alsof de lente wil zeggen, ‘kijk naar mij. Leven gaat door. Laat je niet manipuleren door de menselijke machthebbers die almaar angst zaaien om vervolgens nog meer macht te krijgen. Je bent vrij, de natuur, ook jij hoort hierbij, kijk naar mij!’

Ik ontdek nieuwe bezigheden. Een bezoekje aan het winkelcentrum of café heb ik verruild voor een wandeling in de natuur, waar ik graag fotografeer. Mijn bankrekening is ook hartstikke blij. Ik spendeer geen geld aan kleding of andere prularia. Zonder nieuwe outfit ben ik evengoed mij. Ik behoud mijn energie zolang ik weg blijf van drukte. Mensen zijn regelrechte energiezuigers. De een zuigt harden dan de ander. Ik zoek alleen nog contact met diegenen waarvan ik merk dat ze ook volop energie geven.

Nu de kappers dicht zijn groeit mijn haar, net zoals de natuur, vrijuit door. Nooit eerder was het zo lang. Ik vind ontspanning in het knippen van de split uit mijn haar. Zittend in het zonnetje op mijn balkon hoef ik nergens anders aan te denken, er is alleen het millimeterwerk waarmee ik knip. Een nieuwe bezigheid die ik bijna dagelijks oppak en waardoor de kapper vooralsnog overbodig is.

Mijn vriend zie ik elke dag. Vanwege ons leeftijdsverschil van 26 jaar zullen we nooit samen van ons pensioen genieten en eropuit trekken. Hij is sinds kort in zijn eentje gepensioneerd. Maar de huidige situatie geeft het gevoel dat we nu toch tijdelijk samen met pensioen zijn. Wij hebben alleen geen camper of twee identieke e-bikes nodig ter vermaak. Een bezoekje aan de omgeving of gezellig thuis met een hapje en drankje is genoeg.

Ja… het zal erg wennen zijn om straks weer langzaam terug naar de abnormale wereld te gaan, zo ver verwijderd van de basis.

Blijf gezond en maak er wat van !

corona-wereld

20200319_083757-COLLAGE

Op dag vijf in deze onwerkelijke werkelijkheid, waarin de wereld grotendeels plat ligt, ben ik er nog steeds niet uit wat ik ervan vind. Het ene moment weiger ik mee te gaan in de angstzaaierij en erger mij kapot. Ik lach omdat het afvegen van de bips blijkbaar tot de waardevolste dagelijkse bezigheden van de mensheid behoort, naast het eten van ons dagelijks brood (het een kan natuurlijk niet zonder het ander). Andere momenten slaat de onrust en paniek toe. Ik wil mijn ouders en iedereen die ik liefheb beschermen, controle over de situatie. De kwetsbaarheid van het menszijn dringt meer dan ooit tot iedereen door. Ik word emotioneel door de eigenaardige saamhorigheid en verwarring die wij allen delen.

Elke ochtend is er dat momentje waarop het besef doordringt dat het leven andere vormen heeft aangenomen. Ik tast mijn gedachten af, zoekend naar iets om mij op te verheugen. Een dagje weg, vakantie, drankje of hapje in de stad, bijkletsen met een van de lieve mensen om mij heen, hier keek ik altijd het meest naar uit. Vaak was het idee nodig te zijn, ergens bij te horen, naar mijn werk te gaan en contact te hebben al genoeg om mij vrolijk te stemmen. In deze nieuwe wereld valt dat grotendeels weg. Ik voel mij ontheemd, moet mijn draai vinden in een warrig, onzeker geheel, waarvan niemand kan voorspellen hoe lang het zal duren en gelukjes leren vinden in steeds kleinere gelukjes, tot zelfs het allerkleinste gelukje genoeg is om (levens)vreugde te brengen.

Ik voel mij schuldig om hiermee te worstelen, egoïstisch ook. Mensen kunnen hun ouders niet meer bezoeken. Menigeen wordt ziek, er vallen doden door het virus, dat is pas erg ! En ik maak mij stomweg zorgen om straks niet meer voor mijn plezier de straat op te kunnen of mijn vriend niet te kunnen bezoeken als we alleen nog voor de boodschappen eruit mogen. Mijn vriend lacht erom. ‘Natuurlijk kun je komen’, zegt hij. Ik kan bij hem logeren voorlopig. ‘Ja maar dan moet ik voor al die weken kleding meenemen naar jou’. ‘Hoezo dat ? Je hoeft toch helemaal geen kleding aan’, aldus mijn nuchtere vriend. Waar ik voor elke oplossing een probleem heb, heeft hij voor elk probleem een oplossing.

Het vele thuis zitten gaat mij wisselend af. Ik kan ervan genieten als ik ergens mee bezig ben, zoals lieve en humoristische WhatsApp berichten met vrienden delen, schrijven of (de zoveelste) film of serie kijken. Soms word ik lamlendig in mijn cocon. Ik praat dan tegen mezelf in het Engels, Nederlands en af en toe Frans of Zweeds, dat ik die laatste twee talen niet eens spreek vormt geen belemmering voor mij.

Hoe vreemd het leven momenteel ook mag zijn. Het is nodig dat de mens eindelijk tot bezinning komt en de waarde van ons bestaan, de liefde voor onze naasten dieper tot ons doordringt. We zijn verleerd hoe on-vanzelfsprekend alle vanzelfsprekendheden zijn, willen almaar meer en nemen geen genoegen met minder. Laat deze tijd, ongeacht hoe lang het duren gaat, een leerweg zijn waarbij we ondanks, of juist door, de afstand nader tot elkaar en onszelf komen. Opdat we inzien wat echt belangrijk is. Hopend dat zij die de pandemie mogen overleven er sterker en liefdevoller uitkomen.

Let goed op jezelf en je naasten…

vliegangst

Wegens vliegangst heb ik een aantal jaren niet gevlogen. Tot mijn vriend begin dit jaar via WhatsApp een mooi plaatje stuurt van een prachtig hotel op de Canarische Eilanden, omringd met palmbomen, gelegen onder een strakblauwe lucht. Onder het plaatje heeft hij geschreven, ‘wat lijkt je hiervan?’ Vanaf dat moment weiger ik om mij nog langer te laten weerhouden door die kloterige angst. Ik wil daar naartoe en snel ook, zeker nu ik een jaar achter de rug heb met meerdere tegenslagen. Een maand later sta ik op Schiphol om voor een weekje te vertrekken naar Fuerteventura. Voor het eerst in mijn leven in een All Inclusive Hotel.

Als ik mijn rugzak in een bak op de band heb geplaatst en door de security ben gelopen vraagt een vrouwenstem of ze mij mag fouilleren. Nee, denk ik bij mezelf, toch antwoord ik wat er van mij verwacht word en hou mijn armen zoals gevraagd omhoog. ‘Ik heb niets te verbergen hoor’, probeer ik nog om er onderuit te komen. Maar het helpt niks. ‘Het is voor uw eigen bestwil mevrouw.’ De fouillering gaat anders dan verwacht. Handen die vluchtig langs mijn borsten, zelfs onder de rand van mijn bh en onder mijn riem voelen. Even ben ik helemaal kwijt waar ik mij ook alweer bevind. Onthutst trek ik na de bevoeling mijn bh recht, pak mijn rugzak uit de bak en vervolg mijn reis. Naast mij zie ik hoe mijn vriend zonder fouillering door mag lopen.

Eenmaal in de lucht vraag ik mij af of ik wel echt aan vliegangst lijd. Het lijkt heel normaal om in de lucht te hangen. Kalm en verheugd denk ik aan zon, zee en vooral rust. Aangekomen op Fuerteventura ben ik trots op mezelf. Hier sta ik dan, enkele uren geleden zat ik nog in een grauw Nederland, nu heb ik uitzicht op wapperende palmbomen.

Het All Inclusive gebeuren doet denken aan een vreetschuur. Eigenlijk doe je de hele dag niets anders dan eten. Zelf onbeperkt drankjes tappen gaat mij ook weinig moeizaam af. Wijn, Sangria, cocktails, fris, water. Ik drink wat liters weg. ’s Middags liggen we als een paar walrussen, met gele polsbandjes die met geen mogelijkheid meer los te krijgen zijn, aan het zwembad op het dakterras. We stappen een keer daadwerkelijk het zwembad in, tot onze enkels en dan maken we gauw dat we eruit komen. Ijskoud is het water.

In totaal genieten we van 3 zonnige dagen, de overige zijn bewolkt, een beetje frisjes en waait er Sahara zand over het hele eiland. In de krant lezen we van de Sahara storm die over de Canarische Eilanden waait. Gelukkig valt het op Fuerteventura nog enigszins mee. Het waait en alles kleur oranje, maar dit is geen storm te noemen. Wel zijn we de oranje massa die de zon geen schijn van kans geeft snel moe. We genieten extra als het natuurfenomeen tijdens onze laatste dagen weer weggetrokken is. Ik krijg energie van de wandelingen over het strand (en het vele eten). Zoveel dat ik de helft van de vakantie ’s nachts geen oog dicht doe. Het uit de hand gelopen gesnurk van mijn vriend houdt mij mede uit mijn slaap. De oorzaak ligt volgens Google bij het overschot aan eten en drinken.

Ondanks ‘zandstorm’, slaapgebrek en de gewenning aan hele dagen schransen, kijken we op de laatste dag terug op een fijne vakantie. We hebben genoten en ik heb mijn vliegangst overwonnen. ‘Back to Italy’ vraagt de receptioniste bij het afscheid. ‘No, we’re form Holland’, leggen we haar uit. ‘We are brown from the sun’, voegt mijn vriend er aan toe. Ongelovig kijkt ze ons aan…

verrassingen

IMG-20190715-WA0000 (2)

De afspraak is dat ik op dag vier van mijn vakantie kan bellen voor de uitslag van het biopt bij de gynaecoloog. Maar ik heb geen rust. Een dag voordat ik naar Oostenrijk ga bel ik. Iets zegt mij dat ik dit moet doen, een ogenblik later weet ik waarom: mijn uitslag is al binnen…

Ik krijg te horen dat de afwijkende cellen matig zijn, een CIN 2. Er moet een groter gebied weg gehaald worden van mijn baarmoedermond. Weer mag ik naar het ziekenhuis, ditmaal voor een lisexcisie. Mijn “foute” cellen worden na de vakantie onder verdoving met een verhitte lis eraf gehaald. Deze uitslag verrast mij. Ik vertrouwde erop dat alles na de vorige ingreep klaar zou zijn. De gynaecoloog had mij nog gerust gesteld. Wat is de volgende verrassing ? Geëmotioneerd bel ik mijn moeder.

Verrassing twee volgt gauw genoeg. Mijn vriend is met zijn auto bij de garage. De monteur deelt hem mede dat de airco stuk is. Met een beetje geluk is hij morgen in de namiddag gemaakt. Ons plan om morgenvroeg de voorspelde 38 graden tegemoet te rijden valt in het water. We vertrekken overmorgen in alle vroegte !

Het wordt een “aparte” vakantie vol verrassingen, op een prachtige locatie en met schitterend weer. Een week na thuiskomst van de vakantie is de ochtend van de ziekenhuis ingreep. Vreemd genoeg stap ik uitzonderlijk kalm uit mijn bed, alsof ik al verdoofd ben. De kalmte slaat om in een huilbui zodra ik in de auto zit, met een zakdoekje dep ik de tranen voordat ze uit mijn ogen druppelen. Ik mag dan geen controle hebben over mijn cellen, maar wel over mijn mascara ! Met mijn mascara nog intact neem ik plaats in de gynaecologen stoel. Alles onder controle, behalve mijn trillende benen en ik mag iets ontspannener mijn benen spreiden van de assistente.

Ok, wat zij wil…. Ik neem de meest ordinaire positie als mogelijk aan. De colposcoop gaat aan en de eendenbek wordt naar binnen gebracht, gevolgd door vier verdovingsprikken. Dit kan even pijn doen zegt de gynaecoloog en als het te pijnlijk is, meteen alarmeren. Pijn ? Welke pijn ? Ben ik eigenlijk wel mens ? ‘Dit valt bij mij niet onder de categorie pijn’, antwoord ik als de assistente vraagt of het nog gaat. De lis wordt ingebracht. Ik ruik verbrand vlees, mijn vlees ! Een bizarre gewaarwording. Op het beeldscherm boven mij zie ik veel bloed. Het lijkt wel een slagveld daarbinnen, maar in werkelijkheid blijkt alles 20 keer vergoot weergegeven op het beeldscherm. De wond wordt dichtgeschroeid en ik mag weer een zedige positie aannemen.

Net als de vorige keer krijg ik een maandverband. Komende weken mag ik ze aanhoudend dragen. Ik  mag een paar weken niet badderen en seksen, zodat de boel kan genezen. Mijn cellen gaan naar de patholoog. Volgende week woensdag de uitslag. De gynaecoloog heeft mij gerustgesteld dat de kans op slecht nieuws uiterst klein is. Ik ga voor een zomer met gezonde cellen en weinig verrassingen !

onderzoek

kwetsbaarheid

Enkele dagen na mijn 40ste verjaardag valt de oproep voor het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker in mijn brievenbus. Elke vijf jaar doe ik braaf mee en de uitslag is nog altijd goed geweest. Ditmaal lees ik in de oproep dat je tegenwoordig een zelfafnametest kunt aanvragen. Bedoelt voor vrouwen die zich bezwaard voelen om het uitstrijkje bij de huisarts te laten maken. Ideaal dit ! Geen vijfjaarlijks gefriemel meer in mij ! Ik bestel de test en deze valt ruim een week later in mijn brievenbus. Diezelfde dag nog neem ik de test af en stuur hem op.

De dagen erop check ik driemaal daags mijn brievenbus. Als ik op een zaterdagmiddag voor ik naar een festival ga de brievenbus check, tref ik de uitslagbrief aan. Hierin staat dat er HPV gevonden is en ik naar de huisarts moet voor een uitstrijkje om te kijken of de cellen er normaal uitzien. De zelftest test namelijk enkel op HPV, niet op afwijkende cellen. Mijn feeststemming is meteen weg. Ik schrik. Er is “iets” gevonden en ik moet afwachten of het ernstig is, dat maakt mij emotioneel. Van slapen komt die nacht weinig.

Maandagochtend lig ik alsnog wijdbeens en gespannen bij de huisartsassistente. Terwijl ze de eendenbek in mij duwt, babbelt ze alsof we de vaat staan te soppen. Ik probeer ook te doen alsof er zo bij liggen en in mij te laten wroeten doodnormaal is. De dagen erna voel ik mij niet tiptop. Ik ben bang voor wat ze in het laboratorium zullen vinden.

Anderhalve week later belt de huisarts. Bevend neem ik op. De uitslag is pap 2, licht afwijkende cellen. Ik word doorgestuurd naar de gynaecoloog voor nader onderzoek en mogelijk een behandeling. Tranen wellen op, weer is er “iets” gevonden. Pas als ik dokter Google uitgebreid heb geraadpleegd concludeer ik dat mijn uitslag relatief meevalt. Ik ben er als het goed is op tijd bij en er is waarschijnlijk (nog) weinig aan de hand.

Twee weken later lig ik wijdbeens bij de gynaecoloog. Mijn vriend zit ernaast. Hij mocht mee van mij, alleen wilde ik niet dat hij het volle zicht had. Het is geen kijkdoos ! De gynaecoloog schuift een microscoop in mij, op een beeldscherm kunnen we alles zien. Mijn benen trillen onophoudend. Ik ben bang dat ze iets ernstigs aantreft. Ook voel ik mij in mijn naaktheid zo intens kwetsbaar en overgeleverd. Er worden vloeistoffen in mij aangebracht en dan komen de afwijkende cellen in beeld. De gynaecoloog is positief, het afwijkende deel blijkt zeer gering. Ze gaat wel een hapje wegnemen voor onderzoek, maar volgens haar is de kans dat daar iets ernstigs uitkomt uiterst klein. Assistentie wordt ingeroepen.

De assistente houdt mijn trillende benen onder bedwang en van de gynaecoloog moet ik even hoesten ter afleiding van de pijn, ondertussen voel ik het knipje in mij. Ik krijg een enorm maandverband (formaat matras) mee om jodium en nabloedingen op te vangen. Over anderhalve week mag ik bellen voor de uitslag. Ik ben dan op vakantie. Ondertussen probeer ik de positieve woorden van de gynaecoloog vast te houden. Opgelucht waggel ik met het matras tussen mijn benen het ziekenhuis uit.

hutjemutje

2019-03-25-16-57-05-909

Het vond plaats op een van die stikhete middagen afgelopen zomer. Ik lag in bikini bij mijn moeder in de tuin te blakeren, toen ze vertelde dat haar idool aan het eind van de winter op zou treden in onze woonplaats. Ze wilde er dolgraag heen, alleen wist ze niet met wie. Ik als niet-fan nipte net aan mijn tweede glas wijn, nog eens en nog eens. Daarna een paar gulle slokken en nog een paar. ‘Ik wil wel mee’,  hoorde ik vastberaden uit mijn mond klinken. Mijn moeders ogen lichten op, als een blij kind zat ze erbij. Verheugd stuiterde ze uit haar stoel om de tablet te pakken, want er moest meteen gereserveerd worden. Ik bestelde de tickets en zij speelde als opwarmertje de playlist af van haar grote idool. We maakten een tuindansje en de daarop volgende maanden had mijn moeder het bij elk weerzien over de grote dag die komen zou…

En zo kwam het dat we op die onstuimige, regenachtige zondagavond in maart het theatergebouw betraden. Ik voelde mij, gezien het voornamelijk grijs-koppige publiek, piepjong. Hier dronken we op en natuurlijk op mijn moeders droom die verwezenlijkt werd ! Minuten later stonden we hutjemutje in de zaal, waar hij met zijn karakteristieke donkere zonnebril ten tonele verscheen: Heino… Ik bleek warempel al zijn liedjes mee te kunnen zingen en realiseerde mij hoezeer ik opgegroeid was met schlagers. Mijn moeder draaide elke zondagmorgen haar collectie. Ergens moest ik toegeven, hoe knudde ik mij als tiener vaak ook voelde, ik werd er wel altijd opgewekter van.

Mijn moeder droeg de hele avond een lach van oor tot oor, ik ook. Niemand in de zaal bleef stil staan, ook wij bewogen als vanzelf mee. Ik pakte mijn moeder bij de arm en danste met haar op de melodieën. Na het optreden was ik beslist nog steeds geen fan, maar ik nam mijn petje af voor deze 80 jarige icoon. Ook moest ik toegeven dat ik zelden een avond had meegemaakt waar de stemming er zo goed in zat, wat een sfeer, wat een feest !

We nuttigden na het optreden nog een paar drankjes in de foyer, aldaar ging het feest verder. Diverse schlagers klonken uit de boxen en er werd volop gedanst. De geweldige stemming bleef. Ik danste met mijn moeder op alle Schlager klassiekers, ook die bleek ik allemaal te kennen. We hadden lol om onze eigen malle dansjes. Een vrolijke meneer deed hilarische versierpogingen naar mij, maar ik had geen oog voor hem. Ik ging volledig op in het moment, de gedenkwaardige avond met mijn moeder, die een wens in vervulling zag gaan, en ik eigenlijk ook !

vrijgezel

 

IMG_5860 (2)

Hoewel ik nooit gedacht had dat het mij zou overkomen, gebeurde het nieuwjaarsdag. Na 14 jaar stopte mijn relatie. Mijn vriend wilde een maand lang geen contact. Van de een op andere dag moest ik als vrijgezel door het leven…..

De eerste dagen waren een regelrechte hel. Ik sliep nachten niet, huilde dikke tranen en ijsbeerde uren door de kamer. In mijn hoofd zocht ik naar een uitweg van de ondraaglijke pijn. Op het dieptepunt nam ik contact op met een zelfhulplijn. Gedumpt of niet, ik bleef het waard om hier uit te komen !

Ik haalde alle foto’s van mijn vriend weg, stopte zijn gel, shampoo en pantoffels in een zak die ik wegstopte in de kelder. Zijn tandenborstel legde ik achterin het badkamerkastje, wellicht kon ik (vanuit wraak) iets anders ermee poetsen. Herinneringen brachten verdriet, maar zijn afwezigheid kon ik niet wegstoppen. Ik moest het doorvoelen. Zittend aan de eettafel staarde ik naar de lege stoel tegenover mij en huilde uren aan een stuk. Op een nacht schrok ik wakker en dacht dat hij gewoon naast mij lag, tot ik die lege plek zag. Verdwaasd zocht ik om mij heen of hij misschien ergens verstopt lag. Opeens kwam de schok opnieuw en het keiharde besef: HIJ IS WEG…..

Omdat de weekenden het moeilijkst waren, logeerde ik die dagen bij mijn ouders. Zodra ik er mijn logeerboeltje dropte was ik vaak alweer in tranen. ´Huilen is goed´, zei mijn moeder en soms huilde ze mee. ’s Avonds kroop ik in mijn oude roze eenpersoonsbed op mijn vroegere slaapkamer. Terug in de tijd, zij het met de levenservaring van een bijna 40 jarige.

Na de breuk was ik vastberaden om rustig aan te doen met mannen. De tweede dag van mijn vrijgezelle leven begaf ik mij op een datingsite. Ik googelde de eerste man die zich aan mij aanbood en ontdekte dat hij verzot was op carnaval. Meteen was ik klaar met datingsites ! Bovendien leken mannen te ruiken dat ik los rond liep. Op een dag kreeg ik spontaan een telefoonnummer toegestopt. Thuis mikte ik het in de prullenbak. Sorry kerel….

Bij vlagen werd ik mij een gevoel van vrijheid gewaar, een wereld vol kansen. Afgewisseld met momenten van rouw. Er ontwikkelde zich hoe dan ook een zelfstandige vrouw. Ik fikste kapotte lampen, ontstopte doucheputjes. Ook haalde ik geregeld mijn gereedschapskoffertje erbij, die ik weer vlug opborg als ik merkte dat ik de boel juist verder bleek te slopen en liet alsnog een monteur aanrukken. Maar dat doet er niet toe, een maand na de breuk stond ik nog steeds krachtig overeind !

Inmiddels is er weer contact met mijn vriend. Zijn tandenborstel staat weer in het bekertje (nee ik had er écht nog niks mee gepoetst !) Binnenkort ontvluchten we samen de carnaval. We zullen zien hoe het verder loopt. Ik heb niets te verliezen. Wat er ook komt: ik overleef het wel. De pijn laat ik achter, de power neem ik mijn leven lang mee….

inval

door

Die woensdagavond kruip ik op tijd in bed met knallende hoofdpijn. Mijn rust word bruut verstoord als rond de klok van elf de bel gaat. Muisstil blijf ik liggen. Ik verwacht niemand. De bel maakt mij bang. De bel gaat nogmaals. Het dwingerige karakter jaagt mij nog meer angst aan. Mijn hart explodeert bijna als er vervolgens hard wordt gebonkt op de deur. Zou het de man zijn die mij al een poosje lastig valt op straat, heeft hij mijn huis gevonden? Trillend spring ik uit bed.

Mannenstemmen klinken voor mijn deur. Ik zie uniformen door de ruit. Met bevend lijf open ik de deur een klein stukje, tot mijn verbazing kijk ik tegen twee politieagenten aan. Het is overduidelijk, er is iets rampzaligs gebeurd! Ik leg een hand op mijn hart, zodat het er niet uit floept.

De agenten kijken mij argwanend aan en vragen of ik in orde ben. Ik begrijp niets van hun bezorgdheid. ‘Eh…ik….ik schrik nogal’, stamel ik. De agenten herhalen de vraag nog eens. Ik antwoord van wel. ‘Bent u alleen?’ Weer begrijp ik niet waar ze naartoe willen. ‘Ja…’, antwoord ik. De agenten vertellen melding te hebben gekregen van omwonenden dat er een ruzie gaande is in mijn woning. ‘Huh? Hier? Bij mij?’ Ze bevestigen mijn vragen en noemen mijn huisnummer. ‘Huh? Ik weet van niks!’

‘Mogen we even binnen kijken?’ Ik neem de agenten in mij op, de uniformen met daarop “politie”, de gordels met pistolen. ‘Jullie zijn toch wel echt of niet?’ Ik schaam mij voor mijn wantrouwen, maar kan het niet helpen. De agenten lachen, staren naar hun uniformen en antwoorden “echt” te zijn. Als ze zich oprichten zakt het bovendeel van mijn babydoll omlaag. Ik trek het snel omhoog om mijn borst bedekt te houden….te laat. ‘Trek anders even een badjas aan en dan laat je ons binnen, ok?’ Beschaamd en met een pijnlijk gevoel trek ik op de slaapkamer een badjas over de minuscule babydoll aan. Ik bedek snel een bh die op de grond ligt met een stapeltje kleding, zet de teddybeer die in mijn bed ligt weg en loop terug naar de agenten.

Ik neem de agenten nog eens in mij op. ‘We willen alleen kijken of er geen kapotte bloempotten of dergelijke liggen en u mag de deur best wijd open laten staan, als u ons binnen laat’. Met een ongemakkelijk gevoel knip ik de lamp in de woonkamer aan en laat ze binnen. ‘Lag u al te slapen?’ ‘Ja ik lag in bed’. Vanuit de deurpost observeren ze de woonkamer. Het moment waarop het kwartje eindelijk valt, geen scherven, geen mishandelde vrouw en geen bruut van een man die zich heeft verscholen. De agenten excuseren zich voor de verstoring en vertrekken. Slapen lukt mij daarna niet meer echt…

De volgende ochtend bel ik voor de zekerheid naar de politie om te checken. Ik vertel over de inval en begin te huilen. Nadat ik vertel dat ik aanvankelijk dacht een vervelende man aan de deur te hebben, vraagt de medewerkster door over zijn intimidaties. Ze registreert alles en geeft mij tips. Over de inval van gisteravond zou ik later terug gebeld worden. Een uurtje later word ik inderdaad gebeld. De agenten aan mijn deur hadden zich vergist. Ze moesten een straat verderop zijn. Foutje, bedankt…

bobbel

Ik heb het vanavond naar mijn zin. Het glas wijn in mijn hand of beter gezegd, de inhoud ervan, zorgt voor een gelukzalig gevoel. De scherpe randjes van het leven zwakken af. Het leven is geweldig, hier en nu, tussen het feestgedruis.

Problemen en angsten lijken ver weg, niets remt mij af. Ik voel geen rem meer, dat besef zal later pas écht goed doordringen…. Gesprekken lopen als vanzelf, zonder dat ik naar woorden hoef te zoeken. Ik maak mij niet druk over hoe ik overkom, op dit moment ben ik geweldig. Nu ben ik eens de spraakwaterval, de spontane, en ik heb zin om te dansen ook al danst er verder geen hond.

Als ik later op de avond bij mijn vriend thuis op de wc zit moet ik mijn best doen om rechtop te blijven zitten. Nadat ik met de tandenborstel door mijn mond heb geroerd, probeer ik het bed te vinden. Op de slaapkamer ontlast ik mijn voeten van de hoge hakken. Ik trek mijn shirt uit, bevrijd mijn boezem, stroop mijn skinny jeans en string naar beneden, laat dit op de grond zakken en kruip in bed. Het bed voelt als een boot, die heel snel afdrijft.

De volgende ochtend is het gelukzalige gevoel van gisteravond ver te zoeken. In mijn hoofd lijkt een timmerfabriek keihard aan het werk te zijn. Ik tracht overeind te komen, maar laat mijn lijf terug op het matras vallen als de timmerfabriek nog intensiever begint te timmeren. Mijn maaginhoud maakt koprolletjes. Ik duw de hand weg die aan mij ligt te friemelen. Diezelfde hand komt een moment later een emmertje brengen. Ik ga erboven hangen. Gadverdamme….van mij mag vandaag voorbij zijn. Ik wil direct overstappen naar morgen.

Rond het middaguur lukt het met veel moeite om overeind te komen. Versuft pak ik mijn kleding van de grond en kleed mijn halfdode lijf aan. Mijn knie voelt raar, een beetje beurs ofzo. Ik was mijn gezicht en trek de mascaraborstel over mijn duffe oogluiken. De hand staat nu aan een pannetje bij het fornuis een ei voor mij te bakken. Ik kauw in muizenhapjes op de snee brood met het kaas overbakken ei (want kaas moet erop en dat weet de hand na al die jaren).

Na  het ontbijt tuur ik een poosje voor me uit en dan waag ik mij op de fiets naar huis. De hand fietst voor mijn veiligheid mee. Tijdens het fietsen voelt mijn knie nog steeds raar. Omdat ik te weinig heb gegeten kopen we in de supermarkt een broodje. Het is er drukker dan verwacht op deze zondag. Ik loop met mijn manke knie door de winkel. Thuis werk ik het broodje met lange tanden, en een emmertje naast mij, naar binnen. Weer speelt de beurse knie op. Tot mijn schrik voel ik dat er een grote bobbel onder mijn knieholte zit, erg opzichtig ook. Ik stroop mijn skinny jeans naar beneden om te kijken. De bobbel blijkt mijn string van gisteravond….

 

zomerhitte

DSC01073-Fotografie Sarina-WEB.jpg

Wie is er momenteel niet in de ban van deze aanhoudende hitte en wat vind ikzelf daarvan ?

Laat ik bij de basis beginnen. Ik woon op de bovenste verdieping van een appartementencomplex ergens in het zuiden en ook nog eens in zuid. Misschien sliep je als kind op een zolderkamertje zonder airco. Kun je je nog herinneren hoe dat ’s zomers voelde ? Vast wel. Nou, zo voelt wonen in mijn torenkamer dus….

De zon brandt tot in de namiddag pal op het raam van de woonkamer. Later op de dag verkassen de zonnestralen naar het slaapkamerraam. Zou ik mijn gordijnen niet de hele dag door dicht houden dan was ik inmiddels een zwaar oververhitte vrouw met een niet te pruimen chaggie humeur en vettig pemelhaar geweest.

Het balkon ligt tot in de namiddag aan de zonnezijde. Als ik er een kwartier zit drijf ik uit mijn tuinstoel. Een kleurtje kweken gaat daarentegen als een tierelier, er waait altijd een briesje en omdat ik hoog zit, ben ik dichterbij de zon. De balustrade is deels van doorzichtig plastic. Wil ik in bikini zitten dan baken ik eerst alles af door er zoveel mogelijk tuintroep voor te zetten. Niemand hoeft te zien dat ik ‘alweer’ in mijn halfblote kuit zit te drijven.

Beneden lopen de hele dag mensen hun hondjes uit te laten onder de platanen. Ook struinen koopzieke mensen door de straat. Ik woon vlakbij het centrum. Parkeren doen ze bij mij in de straat. Ze kunnen twee uurtjes shoppen, daarna moeten ze terug naar de blauwe zone. De echte shopaholic onderbreekt het shoppen, komt terug, zet de parkeerkaart op nog eens twee uurtjes later en loopt weer naar de shops of heeft lak aan de boete van €90,- + €9,- administratiekosten. Maar sinds de opwarming van de aarde, die mei 2018 van start is gegaan, blijven shoppers vaker thuis. Hondjes komen ook minder ver van huis, zulke brandende voetjes zijn niet fijn.

Om verkoeling te vinden heb ik een ventilator in de woonkamer. ’s Avonds sleep ik hem naar de slaapkamer en gooi alle ramen en deuren open. Ik slaap enkel onder het dekbedovertrek, in die zin dat ik er met één teen onder lig. Psychisch moet ik iets van mijn lichaam onder het dekbedovertrek hebben, anders weigert mijn systeem te slapen. Bed opmaken vind ik ’s zomers leuker dan ’s winters. Het meest vervelende en zweet opwekkende deel hoeft niet te gebeuren, dat suffe gehannes om dekbed in overtrek zien te wurmen.

Zodra ik uit mijn bed stap, spring ik onder de douche, scheer de boel zomerklaar en laat al dan niet een bloedbad achter als ik weer eens te enthousiast ben. Ik gebruik nog gewoon ouderwets een scheermesje. De eerste uren dribbel ik thuis (!) rond in onderbroek om zweten en opnieuw douchen te voorkomen.

Overdag ben ik zo min mogelijk in mijn torenkamer. Ik werk, drink ijskoffies op terrasjes, eet ijsjes bij de vleet en bezoek plekken met airco of schaduw. Thuis plant ik mijn voeten in een emmer koud water en ijsblokjes. Bijzonder creatief bedacht vind ikzelf. Meestal doe ik er wat verzorgend voetzout bij voor extra zachte poeterkes.

Afstappen van een fiets of stoel vind ik bijzonder ongemakkelijk. Ik kan geen plek verlaten zonder natte plek over te houden op mijn rok. Over het algemeen klaag ik zelden over dit weer. Ja het is heet, maar ik kan mij niet herinneren ooit een betere zomer te hebben gehad en bij een goede zomer hoort nu eenmaal een zweetreet !

waterlanders

Regen valt met bakken uit de lucht als we onze bagage in de auto laden. ‘Hopelijk is dit geen voorbode van wat ons in de Provence te wachten staat’, mompelt mijn vriend. Hij is drijfnat en geïrriteerd, omdat hij de mountainbikes op de drager heeft gezet, dat is nogal een geklooi. ‘Het kan alleen maar beter worden’, zeg ik om de vakantiestemming er een beetje in te brengen. Dit had ik dus NOOIT moeten zeggen….

We rijden voor we op weg gaan eerst terug naar zijn huis, zodat hij zich om kan kleden. Daarna op naar het “zonnige” zuid Frankrijk. De MiepMiep (vrouwelijk sprekende TomTom) weigert spreekdienst te doen. Na enig geklooi, krijgen we haar aan de praat. Erg fijn, gezien de zichtbelemmerende stortbui waarin we inmiddels zitten.

In Luxemburg maken we een plas-eet stop. Ik ren als eerste door de plensbui om de wc’s te zoeken in het wegrestaurant. Mijn vriend gaat erna, als hij klaar is zie ik hem strompelend richting auto komen. Hij had de pech om vlak voor de vakantie een zweepslag op te lopen. Lachend naar mij, om zijn eigen kreupelheid, zie ik hem iets in de afvalcontainer werpen. We eten ons brood in de auto en niet zoals gehoopt ergens op een bankje in het zonnetje….

Een stuk verder vraagt mijn vriend of ik weet waar zijn beurs is. Nee dat weet ik niet. Gepanikeerd zoeken we de volgende parkeerplaats op en halen de auto ondersteboven. Niets te vinden. Er zit weinig anders op dan terug naar huis te gaan. Zonder rijbewijs, ID en poen, houdt het op. ‘Nee ! Waarom gebeurt mij dit altijd….?!’ Jammerend hangt hij over de doorzochte bagage op de achterbank, zijn gezicht platgedrukt op een koffer.  ‘Je gooide toen je van de wc kwam iets in de afvalcontainer, wat precies gooide je er eigenlijk in ?!’ ‘Nee ! Ik heb hem natuurlijk weg gegooid….!’ Als ik de vakantie in het water zie vallen en de bijpassende waterlanders bij mij al stromen, hoor ik een opgeluchte kreet. ‘Ja gevonden !’ Achterop de onlangs gekochte armsteun zit een geheim vakje. Een geheim vakje, wie verzint zoiets. Ik zou de uitvinder graag persoonlijk willen komen afranselen.

De rest van de route verloopt op een, wegens wegwerkzaamheden, uren ophoudende, kilometerslange wegversmalling, soepel. Bij het laatste betaalpunt van de tolwegen gebeurt wat niemand gebeurt, de slagboom gaat na het betalen niet open….daar zitten we dan….als twee dombo’s naar de dichte slagboom te staren. Ik vraag mijn vriend welk bedrag hij betaald heeft en wijs hem erop dat hij misschien naar de cijfertjes op het bovenste schermpje moet kijken i.p.v. het onderste. We betalen alsnog het juiste bedrag en de slagboom laat ons door.

In de Provence vertoeven we twee weken onder een dik, grijs wolkendek waaruit buien vallen….tussendoor krijgen we enkele dagdelen een zonnetje. De mountainbikes waarmee we zweepslag-vriendelijke, rustige, routes wilden rijden, kunnen we niet gebruiken. We zijn de helmen vergeten en van rustige routes is geen sprake, overal bergen ! Ik heb gedurende de hele vakantie maagklachten en zit teveel in mijn hoofd, dus misschien is algehele rust sowieso beter…. We beleven ondanks de tegenwerkingen ook mooie momenten. Het is er schitterend en het vakantiehuisje is, op de vliegenplaag en stroomuitvalletjes na, top !

Op de terugweg stoppen we na een urenlange zit voor een maaltijd in een wegrestaurant. Er blijkt bij nader inzien alleen een MC Donalds, daarin hebben we geen trek. Op naar eetpoging twee. We vinden iets, maar het wemelt er van de louche figuren. We stappen meteen na het uitstappen terug in de auto. Op naar poging drie. We vinden in België een restaurant. Nadat we een kwartier staan te wachten op ons eten, valt de stroom in het hele gebouw uit…. Een caissière komt na nog een kwartier zeggen dat er niet gegeten mag worden. We moeten de opgeschepte borden laten staan. Mokkend verlaten we het donkere gebouw. Poging vier ! Anderhalf uur later komen we bij het volgende restaurant, waar we ons eten wel naar tevredenheid kunnen nuttigen. We komen veel later dan gepland thuis. De volgende ochtend spelen mijn maagklachten weer op en mijn hoofd gunt mij ook nog steeds geen rust. Een vakantie zou niet verkeerd zijn….

George in bed

george

Mijn vriend is al een paar dagen niet zo lekker. Hij hoest en heeft een stem als George Clooney. Op een ochtend tref ik geen, goeiemorgen duvelke, vergezeld door een hele lap tekst en een reeks liefdesverklarende emoji’s aan via mijn whatsapp. Na een paar uurtjes is het duvelke in mij nog steeds niet met liefde begroet door hem. Ik spring op mijn fiets om een kijkje te nemen in de ziekenboeg…..

Als ik zijn deur openmaak kom ik in een muisstil huis, er hangt een lome sfeer. De slaapkamer is donker, in bed tref ik een levenloos uitziend hoopje aan. Dat hoopje is hij. Mijn vriend dus en niet George C. “Ach manneke toch, ben je zo ziek?” Ik gebruik de woorden die hij als zieke man wil horen. We zijn nu 14 jaar een stel, dan weet je precies hoe de rolverdelingen onder bepaalde omstandigheden horen te zijn en waar de ander behoefte aan heeft. De hele week mag ik al aanhoren hoe ziek hij is, dat deelt hij mij zo ongeveer om het kwartier mede en als hij niks zegt, laat hij het zien door een soort van stervend gezicht te trekken, te kreunen of ik krijg via whatsapp een emoji met koortsthermometer in de mond toegezonden. Het is de bedoeling dat ik de ernst van de situatie inzie.

Ik kruip tegen hem aan, dat brengt hem meestal onmiddellijk tot leven. Het hoopje komt in beweging. “Nespresso? Grapje….. Zal ik thee voor je maken? En wil je ook wat te eten?” vraag ik. Jawel, pancakes en thee wil hij. Ik zet de waterkoker aan en warm de pancakes op in de magnetron. Hij is in de tussentijd naar de bank gestrompeld. Daar zit hij nu, verstopt in een fleece vest. De rits is tot aan zijn neus dichtgetrokken. Omdat ik thuis ontbeten heb, maak ik voor mezelf alleen een kop thee en ga naast hem zitten als hij zijn pancakes smakelijk opeet.

Met mijn hand voel ik aan zijn voorhoofd. Niet omdat ik vermoed dat hij koorts heeft, maar omdat ik vermoed dat hij het fijn vindt om te merken dat ik zijn ziekte inderdaad serieus neem. “Volgens mij heb ik koorts”, zegt hij. Typisch, ik wist vooraf dat hij dit ging zeggen. Hij schuifelt naar de kast, haalt een koortsthermometer uit de lade, die hij onder de kraan afspoelt. “Nee, niet stiekem met heet water!” waarschuw ik hem te laat. Hij komt weer naast mij zitten met de thermometer. “Ok, ga maar eventjes op je buik liggen dan”, grap ik. Een traag lachje verschijnt op zijn gezicht. Hij stopt de thermometer in zijn mond. De digitale cijfertjes komen na een tijdje tot stilstand. “Ai, ai, ai….. Yep, ga maar weer gauw platliggen: 36,8…..!”

onkuis

SONY DSC

Fotografie Sarina

Ik stap met mijn moeder een drogisterij binnen, om een foto, gemaakt tijdens een sensuele shoot waarvoor ik eind 2016 model was, in groot formaat te laten afdrukken. Fijn dat dit tegenwoordig zo simpel is, ik hoef alleen mijn Usb-stick in het apparaat te steken ‘et voila’, een kleine ikke (in inktversie) rolt eruit. Bijna net zoals het natuurlijke proces, maar dan anders. Verheugd sta ik te wachten tot de sensuele ik gemaakt is…..

Het apparaat is langer dan verwacht bezig om mij te maken. Volgens mijn moeder ben ik blijkbaar ingewikkeld. Als ik uiteindelijk uit de gleuf rol, zie ik een teleurstellend, schamel geheel. Ik sta er slechts gedeeltelijk op…..voornamelijk bestaande uit mijn voorgevel. Wat heb ik hier nou aan, kijk dan ! Ik toon het gedetailleerde, afgehakte kunstwerk aan mijn moeder, samen staren we ernaar. Hier wil ik niet voor betalen. Ik ga op zoek naar een vrouwelijke medewerkster. Omdat er geen vrouwelijke hulp in zicht is, klamp ik de vakkenvuller aan. Vluchtig laat ik de pikante prent zien. Het is duidelijk al te veel. Het arme joch krijgt een kleur. Hij ziet er ook zo piepjong en onbevlekt uit. ‘Ik zou het niet weten mevrouw…..ik ben stagiair.’ Ok, en hij dan ? Ik wijs naar de jonge vakkenvuller verderop. Nee antwoordt de onbevlekte verlegen, hij is ook stagiair.

Zuchtend loop ik met mijn onkuisheid in handen naar de caissière en schuif een foto-envelop er overheen als ik door de winkel paradeer. De jonge caissière bekijkt snel de prent en richt haar blik meteen weer op. ‘Hiervoor moet ik iemand anders erbij roepen…..’ Ze brult door de winkel en een andere medewerkster komt aangelopen. Ik voel mij ondertussen echt de plaatselijke drogisterij exhibitionist. Straks word ik nog opgepakt ook.

Ik loop alvast naar de medewerkster toe, zodat we dit t**tenspektakel niet ten overstaan van alle wachtende, spionnen aan de kassa verder af hoeven te handelen en dwing mijn onzedigheid onder haar ogen. Ze vindt inderdaad dat ik niet hoef te betalen. De foto zal worden vernietigd en opgestuurd.…. Oh maar dat kan ik nu alvast voor jullie doen hoor, zeg ik en scheur mezelf in zoveel mogelijk flarden. De restjes mij druk ik in haar handen. Ze lacht begrijpend en verdwijnt met mijn zwaar gehavende stukjes lijf in een achterkamertje.

Een nieuwe poging hoeft van mij niet. Ik probeer het wel ergens anders. Zonder foto lopen mijn moeder en ik de drogisterij uit. Bij de uitgang kijk ik nog eens goed om mij heen. Nee, geen zedenpolitie in zicht…..

bubbel

 

IMG_4901 (2)

Enkele dagen voor vertrek lig ik verlamd op de bank, d.w.z. ik word zo in beslag genomen door een wirwar aan emoties en tegelijkertijd diepe leegte, waardoor ik niets anders kan dan mijn oogkassen eruit huilen. Wanhopig staar ik voor mij uit. Het is onmogelijk voor te stellen dat de levensvreugde wederkeert. Toch zit ik twee dagen later weer opgewekt in de auto. We gaan op weg naar Assen, om de carnaval zoals jaarlijks te ontvluchten. De kleurenpraal achter ons versmelt geleidelijk tot een stipje en verdwijnt. Wij rijden andere, nieuwe kleuren tegemoet !

Onderweg lunchen we bij La Place. Ik neem mij voor om eens niet het eeuwige broodje kruidenroomkaas te nemen, maar iets anders te proberen. We zoeken een tafeltje en nuttigen onze lunch. Mijn vriend een broodje beenham…..ik een broodje kruidenroomkaas.

Bij aankomst in het hotel zegt de balie tante dat onze last minute omboeking van luxe kamer naar kamer met bubbelbad, niet is aangekomen. Als we willen kunnen we morgen verhuizen naar een bubbelbad kamer, nu zijn er geen vrij. Mijn vriend laat het besluit aan mij over. Verhuizen ? Niks ervan ! We blijven op de kamer waar ik dadelijk in alle rust mijn boeltje uit wil pakken en definitief (3 nachtjes) installeer. Ik begrijp opeens niet meer waarom we een extra bedrag wilden neertellen voor die paar rotte bubbels…..kunnen we zelf ook maken.

We dineren in het hotel restaurant. Het is altijd net alsof ze uitgerekend ons vergeten. De drankjes laten op zich wachten, evenals de 3 gangen. Uiteindelijk komt het alsnog. Mijn pasta is goed, de medium bief van mijn vriend is doorbakken. Voordat het toetje komt, loopt de serveerster met een hondenbak mijn kant op en zet deze voor mijn neus. Het blijkt mijn toet(je), een bak gesneden fruit voor een heel elftal en bovenop is een dot slagroom gepleurd. Geen hond die dat op kan. Ik ook niet. We klagen niet, welnee, hooguit mokken we onderling wat over deze toestanden en lachen erom.

De dag erop verkiezen we een Thais restaurant en zijn het erover eens, naar het hotel restaurant gaan we echt niet meer. Een dag later schuiven we aan in het hotel restaurant…..maar ditmaal met meer succes.

Elke ochtend ben ik om 07:30u al in de fitnessruimte. Ik als enige van het hele hotel ! De laatste ochtend zie ik vanuit de hometrainer op de fitness-deur staan: geopend vanaf 09:00u. Overdag trekken we erop uit. Elke avond ga ik in bad…..en we ontdekken dat we er met ons tweeën tegelijk in kunnen. Minpuntje vind ik de slecht sluitende schuifdeur van de badkamer, die in de slaapkamer grenst. Zittend op de wc heb ik het idee dat ik in de slaapkamer mijn behoefte doe. Het geeft te zeer een gevoel van saamhorigheid….

We rijden na een heerlijk lang weekend tevreden huiswaarts en leren dat je tussen alle, al dan niet pietluttige, tegenvallers door, volop kunt genieten. Wie, wat of waar zouden we zijn zonder ze….?

lichtflitsen

6.-by-stuant63

Slapen wil niet lukken op deze winterse nacht. Uren lig ik al te switchen van een links gedraaid hoofd, naar een rechts gedraaid hoofd, meer variatie is er niet, aangezien ik een buikslaper ben. Inmiddels is het zo laat dat ik van mezelf niet meer op de klok mag kijken. Mijn wekkerradio heb ik maanden terug uit het stopcontact gerukt, dat scheelt. Zonder dwingerige rode cijferlichtjes ben ik stukken beter af, het geeft meer rust, alleen werkt het vannacht bepaald niet….

Het rode cijferlicht mag dan uit staan, toch zie ik plotsklaps lichtflitsen. Bliksemflitsen….NEE hè !! Ik ben verschrikkelijk bang voor onweer, vooral als het gepaard gaat met veel weerlicht en ik ook nog eens alleen ben. Zoiets verwacht je ook niet in januari. Ik raak nog meer in paniek als het weerlicht onafgebroken aan blijft houden, dit is geen normale bliksem. De donderklap laat op zich wachten, heel onheilspellend en eigenaardig, alsof de wereld vergaat. Ik spring mijn bed uit en ren de woonkamer in, waar ik met mijn handen voor mijn mond stokstijf blijf staan, ondertussen houdt het weerlicht onafgebroken aan. Als de onweersklap dadelijk alsnog komt verwacht ik een alles vernietigende oerknal. Ik ga eraan, dat moet wel, want minuten later is het flitsen nog niet geëindigd. Het voelt alsof mijn hart uit mijn borstkas klopt.

Het weerlicht blijft uitgerekend boven mijn appartement hangen, zul je altijd zien, dat heb ik weer. Stel dat ze (de brandweer, het ambulancepersoneel, de Telegraaf, het NOS journaal en de buren) mij hier na de inslag aantreffen onder het puin, dan wil ik er niet op deze manier bij liggen. Ik kijk naar het korte broekje rond mijn onderlijf met daarboven niks, ren terug de slaapkamer in om mijn badjas te grijpen en vlieg weer naar de woonkamer. Mijn lijf trilt en ik sta op het punt om te gaan huilen. Ik hap naar lucht en heb het warm en koud tegelijk door deze noodtoestand, het catastrofale natuurgeweld dat recht boven mijn dak blijft dreigen. Ik heb veel onweersbuien meegemaakt, het stelde niets voor in vergelijking met deze. Deze is anders….

Ik sta nu bij de voordeur, dan kan ik misschien nog net op tijd op de vlucht voordat het noodlot toeslaat. Mijn blik valt op de gang in het trappenhuis. Ik kan het daar ook zien flitsen, overal waar ik kijk, of nee wacht….huh ? Een blik richting slaapkamerraam leert mij dat er geen weerlicht vanuit het raam te zien is en als ik door het raam in de woonkamer staar, zie ik daar ook geen flitsen. De natuur oogt vreemd genoeg juist kalm, als een doodgewone donkere nacht. In het trappenhuis houdt het weerlicht echter hevig aan, bizar zeg.

Mijn oog valt op de lamp in het trappenhuis, die vannacht op zijn einde blijkt te lopen….hij flikkert aan een stuk door. Ik kan het door mijn hele appartement zien……..

kerst-muts

1

Mijn omgeving weet dat ik de deur niet openmaak als niemand vooraf een bezoekje heeft aangekondigd, vandaar dat ik geen aanstalten maakte toen deze week ’s avonds de bel ging. Ik woon op de bovenste etage in een appartement en kan net niet zien wie er beneden staat. Omdat de ongenode gast bleef bellen, liep ik het balkon op om toch even te kijken. Nadat ik ver genoeg over de balustrade hing, zag ik een man in bezorgoutfit met een kerstpakket in zijn handen. De intercom werkt niet, ik kan er niks door zeggen, alleen het bel-geluid en openen van de deur werkt. Ik drukte op de knop om hem binnen te laten, dan kon hij het pakket (ongezien) bij mijn voordeur neerplanten. Hij maakte geen aanstalten, dus drukte ik nog eens…..en nog eens, zonder resultaat. Opeens hoorde ik door mijn dubbelglas ramen, vanuit de drukke straat een geïrriteerde stem roepen, “ja hallo mevrouw, u moet naar onder komen!!” Nou, nou, moet? Ik heb ooit een schennispleger aan de deur gehad en eentje in huis, waarbij ikzelf gegrepen werd. Mag ik alsjeblieft een beetje (heel erg) achterdochtig zijn en zelf bepalen of ik nu iets MOET?! Ik stormde terug het balkon op, ging over de balustrade hangen en riep op dezelfde toon die hij gebruikte, “ja hallo meneer, de intercom is kapot…..ik kom wel naar beneden!!” In een flits zag ik dat er zich een file gevormd had, aangezien hij zijn busje lomp geparkeerd had en deze kerst-muts (ik) op zich liet wachten.

Eerst wilde ik nog gauw een bh en een broek aantrekken. Ik kwam net uit de douche en liep rond met nat haar, een topje met loshangend vest en een legging. Maar ik voelde mij gedwongen om onmiddellijk de man te verlossen en de file te laten oplossen. Op mijn huis-sokken dribbelde ik de trappen af. Ik opende de deur op een kiertje, vanuit het spleetje verscheen nu een vriendelijke man, “je kerstpakket”, zei hij glimlachend en drukt het in mijn handen, “en jouw intercom deed het vorig jaar ook al niet”. Nee ik denk dat ik vorig jaar stilletjes in een hoekje heb gewacht tot de ongenode gast verdween, zoals ik gewoonlijk doe. Wist ik veel dat ze een cadeau kwamen brengen. Misschien kan ik het voortaan zelf ophalen, dat scheelt onnodige commotie.

De volgende avond sta ik bij het stoplicht, als een man met een grote doos (kerstpakket ?) die hij, al fietsend, achterop zijn bagagedrager vasthoudt, lelijk ten val komt. Zijn hoofd raakt de stoeprand. Ik schrik en ga naar hem toe, inmiddels zijn er ook anderen bij. Hij komt overeind en voelt aan zijn hoofd, waar een flinke wond zit. “Het gaat wel……ik zal maar te voet verder gaan”. Ik raap zijn fiets op en vraag of ik kan helpen, maar dat hoeft niet.

Tja, en ergens is het toch ook best praktisch als je kerstpakket aan je deur afgeleverd wordt…..

Fijne feestdagen, lieve lezers!

tic

piramide

Ik heb net zoals iedereen een aantal tics. Zo krab ik ’s nachts vaak aan mijn rechter schouder, tot er uitslag ontstaat en enorm gaat jeuken. In het verleden krabde ik in stressvolle tijden op mijn hoofd, er waren perioden waarin ik mijn hele hoofdhuid had gemold. Het werd een obsessie, zoals alles voor mij een obsessie word. Ik hobbel van de ene in de andere. Als kind had ik, volgens de arts, eczeem in de holtes van mijn onderarmen. Maar ik vermoed dat ik dwangmatig aan mijn armen krabde en als gevolg eczeem kreeg. De wondjes pulkte ik weer open, zodat het onmogelijk kon genezen en littekens jaren bleven.

Enkele weken geleden ontstond een bultje in mijn onderlip. Het begon met een blauwig puntje. Mijn eerste reactie was paniek. Ik googlede op mondkanker, kanker is meestal mijn eerste diagnose, toch zag ik snel genoeg dat de plaatjes geenszins leken op het minimale vlekje van mij. Korte tijd later zat er een zwelling onder het plekje, aanvoelend als een luchtkussentje. Het kwartje viel. Ik had herhaaldelijk daar in mijn lip gebeten met eten, om de zoveel tijd, jarenlang. Een gevolg van te haastig (hop, hop de afwas wacht !) te gestrest, te hortig, te gortig, te mindfull-loos eten.

De zwelling werd, hoe kan het ook anders, een obsessie. Ik drukte erop, likte eraan, zoog eraan, googlede erop en keek elk uur in de spiegel. Het meest hinderend was de gedachte die ik altijd heb als ik iets ontdek aan mijzelf: dit gaat NOOIT meer weg ! Deze week was ik de onrust beu. Ik kneep er flink in, misschien zou het dan open poppen. Ik was te laf om door te zetten. Het resulteerde in een toegenomen zwelling, een soort piramide-tje.

Vandaag ging ik naar de huisarts. Ze drukte liefdevol op mijn piramide-tje, alsof het een kostbaar, doch teer, diamantje was. Een bevestiging van wat ik al wist volgde, een holte met lucht of vocht. Het kwam door mijn beten, absoluut niets kwaadaardigs. Ik moest er vooral vanaf blijven en het een poosje afwachten. Het kon vanzelf slinken. Ze durfde niet erin te prikken, omdat ze mij niet (nog meer) wilde beschadigen. Zou het niet minderen dan kon de mond – kaakchirurg een sneetje maken om het eruit te wippen. Snijden ? WTF ? No way, not in mijn face ! Na haar woorden probeer ik erop te vertrouwen dat mijn lichaam dit zelf op een gezelligere, natuurlijke manier oplost.

Ik ging voor de zekerheid ook langs de natuurwinkel. De verkoopster raadde mij een middeltje aan, een olie met allemaal helende kruidjes voor het mondje. Het kon even aangenaam tintelen als ik het gebruikte, daarvan moest ik niet schrikken, dit was een teken dat het goedje op een plekje kwam waar ik het graag wilde. De wijze waarop ze het vertelde had bijna iets erotiserends, dus kocht ik het spulletje direct. Ondertussen duim ik dat mijn piramide-tje niet bij de zeven wereldwonderen gaat horen…..dan zouden het er acht zijn trouwens.

stapvoets

Isolated diversity tree hands

Vandaag twijfel ik of ik zal gaan wandelen, toch hak ik de knoop snel door. De zon schijnt en ik heb gister alweer een dik, vet ijs gehad, dus geen gezeur. Ik maak een vlecht in mijn haar, trek een sportbroek aan, pluk een zwart hemdje uit de kast, stop mijn voeten in een paar Nike’s  en waag mij aan de buitenwereld….

Ik word gegroet door menig man, vrouwen zijn gereserveerder, vaak moet ik het doen met een, ik-weet-niet-zeker-of-ik-jou- aardig-vindt-blik of een, kijk-haar-eens-de-slanke-bitch-uithangen-blik. Gelukkig zijn er ook vriendelijk groetende vrouwen. Het zijn de mannen die soms hun duim opsteken, omdat ik goed bezig ben of omdat ik inderdaad de slanke bitch ben…..

Een man langs de Maas maakt handgebaren naar mij. Ik begrijp de boodschap niet en weet niet of ik erom moet lachen of huilen of ja dat weet ik wel, ik moet helemaal niks.

Bij de trap naar de brug loopt een vrouw met fiets. Ze stopt even, houdt haar arm omhoog en ruikt onder haar oksel, dan kijkt ze of niemand haar ziet. We vangen elkaars blik. Helaas, ik was net die iemand die het zag. En nu ?

Vrachtwagen getoeter klinkt als ik over de brug wandel, het is door de oortjes van mijn koptelefoon hoorbaar.

Op het wandelpad staat een vrouw met bijpassend hondje. Frappant zoals sommige honden op hun baasje gaan lijken of is het andersom ?

Over het fietspad rijdt een op elkaar lijkend stel. Man en vrouw met dezelfde elektrische fiets, alleen heeft hij een stang eraan en zijn fiets ook.

Langs de kade blijft een trage, oudere man stil staan als ik voorbij kom en bekijkt mij van top tot teen. Hij zegt iets. Omdat het een oudere man is, neem ik de moeite om mijn koptelefoon af te zetten, misschien is hij de weg kwijt, arme man. “Sorry, wat zegt u?” Het blijft even stil tot hij vraagt, “gaat het goed met je, ga je mee koffie drinken?” Ik sta perplex, van zo’n oude man had ik veel verwacht, maar dit niet. Het koffiedrinken sla ik af. Ik wandel door, weer weet ik niet of ik moet lachen of huilen. Oja, ik moest niks, toch begin ik in mezelf te lachen.

Op de brug zie ik mijn moeder, als ik haar op straat tegenkom, is het typisch genoeg altijd op de brug. We maken een praatje. Ik zeg dat haar haren alweer gegroeid zijn. Het staat zelfs rechtop. Zou ze dan toch krullen krijgen nu de chemo voorbij is ? Mooi hoor, complimenteer ik haar en dat meen ik, het nieuwe witte haar, geeft haar iets sjieks.

Verderop steekt een junk uitziende man zijn hand enthousiast naar mij op en roept, “hallo!” De junk vrouw naast hem geeft geen kick.

Ik ben bijna thuis als een auto (model pooierbak) stapvoets langs mij komt rijden. Een glad, getint mannenhoofd staart mij na: zou ze mee te krijgen zijn ? Hm, nee, ze keurt mij geen blik waardig, mankeert zeker iets aan haar ogen….. Broem, broem !

Toscane

 

De heenreis naar Toscane is mij deels ontgaan. Ik dommelde steeds in. Uiteraard zat ik niet achter het stuur. Mijn vriend reed, anders had ik dit nu niet geschreven. In Italië voelde ik mij thuis, voor mijn vriend lag dat anders. Hij ergerde zich aan het Italiaanse rijgedrag. Toegegeven ze rijden inderdaad alsof ze suïcidaal zijn en op het nippertje van gedachten veranderen. De helft zit ook nog te bellen. Ik wist dat het ondoenlijk was om mij erover op te winden en richtte mijn aandacht op het landschap. Tussendoor las ik woorden voor die op borden voorbij kwamen. Mijn Italiaanse spraak is perfect, ondanks dat ik de taal niet ken (en dus niet weet wat ik zeg.) Mijn vriend heeft dan de grootste lol. Ik klink als een Italiaanse. De taal spreekt mij aan, alles klinkt als een feestje. Volgens mij kunnen ze zelfs feestelijk schelden.

We verbleven twee weken op een idyllisch plekje. Een huisje met zwembad en prachtuitzicht. ’s Ochtends bezochten we toeristische trekpleisters, maakten selfies bij de toren van Pisa. Ik ging liggen op de Ponte Vecchio in Florence, in San Gimignano aten we het zoveelste ijsje en zittend op het Piazza della Cisterna, vroeg ik aan mijn vriend, ‘zullen we hier de rest van ons leven blijven zitten?’ Wat het antwoord ook was, ik zit nu thuis achter de laptop….

De eerste dagen was ik niet op de mountainbike te krijgen. Geen denken aan dat ik mij tussen alle snelheidsduivels begaf en dat met 35 graden. Mijn vriend ging alleen. Na een week deed ik ook een poging….de dag erop wilde ik weer.

We werden door de eigenaren uitgenodigd om naar het wekelijkse etentje op ons vakantie erf te komen. Ik wilde er niks van weten, sociaal gedoe met vakantieburen, dan moet je praten met mensen enzo, toch ging ik….en de week erop zat ik weer aan de grote tafel vol verse Italiaanse kost. Het was als een reclamefoto uit de Allerhande en ik voelde mij even zo’n gelukkige vrouw in de foto. Mijn geluk werd versterkt door het nieuws dat ik daags ervoor op vakantie kreeg, uit het erfelijkheidsonderzoek bleek dat mijn moeders borstkanker niet de erfelijke vorm is. Ik heb geen verhoogd risico om de ziekte te krijgen! Snikkend van opluchting viel ik in mijn vriend zijn armen, toen ik het hoorde.

De laatste ochtend in Toscane was mijn contactlens kwijt. Na lang zoeken en (onfeestelijk) schelden vond ik hem in het doucheputje, waar zowel mijn vriend als ik zojuist nog overheen gedoucht hadden. Mijn lens was in ieder geval schoon. Weer een gelukzalig gevoel. De eigenaren zwaaiden ons uit toen we het erf afreden. Een traan welde op, achter mijn schoon, gedouchte lens. Onze reis ging verder naar Oostenrijk, waar we nog een paar fijne dagen beleefden. Eerst moest ik wennen aan de cultuurschok. Dit was geen Italië. Ik miste de glooiende heuvels, de chaos en salamanders, toch had Oostenrijk absoluut zijn eigen charmes.

Enkele dagen later gingen we naar huis. We bezochten onderweg de Highline179. Ik liep kalm over de smalle kabelhangbrug. Mijn vriend trok, ondanks bruine huid, bleek weg en klampte zich vast aan de railing, waarna hij rillend de brug verliet. Hij baalde. Zonde van de 8 euro, die de tickets ons elk gekost hadden, vond hij. Nee zei ik, als je doorloopt en je broek vol schijt, dat is pas zonde. Trots liep ik (wel) tot het einde. Ik bewonderde het uitzicht en lachte vanbinnen om mensen rondom mij, die zich aan de railing vastketenden. Nu was ik de held, mijn eigen held en die hoop ik eens wat vaker in te zetten….

IMG_3659.JPG

 

wanstaltig

PhotoGrid_1494677055771

Mijn brugwandeling verloopt vaak hetzelfde, maar enkele dagen terug, kreeg het een eigenaardige wending….

Ik wandelde in mijn voorjaars-sportpakje over het pad langs de Maas, daar trof ik een kudde schaapjes. Het maakte de fotografe in mij los. Ik schoot een aantal plaatjes en genoot van het oogcontact dat ze met mij maakten met hun prachtige, wijze koppen. Vrolijk gestemd om zoveel onverwacht, onschuldig moois, het zonnetje en de aangename warmte, wandelde ik verder. Ik wilde bijna gaan huppelen. Aan de andere kant van de Maas liep ik door de wei. Het zag er veilig uit, d.w.z. geen enge grote beesten, zoals ik in mijn vorige verhaaltje omschreef.

Tien meter bij mij vandaan kwamen twee mannen aangelopen met een grote zwarte hond en nog een hond. De man met de grote zwarte hond liep voorop. Het was alsof de hond opdracht kreeg om zich op mij te werpen, aangezien hij regelrecht op mij af rende en tot mijn ontsteltenis meteen uitgebreid aan mijn kruis begon te likken. Een grote, grove ronde kop onder mij met een voelbare grote, natte lap. Verstijfd stond ik midden in de wei. Het voelde walgelijk. Ik ben bang voor grote honden, waardoor ik weinig anders kon doen dan roepen dat hij op moest houden. De man deed nauwelijks moeite om de hond weg te halen. Hij stond erbij en keek er gniffelend naar. Zijn maat greep evenmin in en aanschouwde het van een afstandje met zijn mobieltje in de hand.

De smerige natte lap, die van geen ophouden wist en nu ook van achteren begon te likken was misselijkmakend. Weerloos keek ik naar zijn baasje. ‘Ik ben bang voor honden’, zei ik met hoog, bangig stemmetje, terwijl ik er verkrampt bijstond en hoopte dat hij het beest nu eindelijk wegpakte. Hij mompelde dat de hond dit aanvoelde en liet het beest begaan. Ondertussen prutste hij wat aan zijn mobieltje.

Nadat de hond ermee ophield en de mannen zonder excuus verder liepen, merkte ik hoeveel spanning ik opgebouwd had. Onthutst vervolgde ik mijn wandeling. Mijn vrolijkheid was omgeslagen in iets anders. Het incident had mij overstuur gemaakt, verward ook. Ik opende het poortje dat mij uit de wei bevrijdde, tranen welden op. Naar huis wilde ik en wel zo snel mogelijk om het vieze gevoel van mij af te wassen. Ik voelde mij vernederd door de walgelijke, natte lap, maar meer nog door het toekijken en uitblijven van kordaat ingrijpen. Thuis sprong ik onder de douche. De dag erna liet het incident mij niet los, ook kwam de vraag op of er met de mobieltjes opnamen zijn gemaakt. Ik deed melding bij de politie, zo zette ik een stukje onmacht alsnog om in macht.

Nu moet ik even niets meer hebben van grote honden. Ik hoef ze niet in mijn buurt en als ze door een man vergezeld worden, loop ik er met een boog omheen, één wanstaltige hondenbaas daad, die mij misschien net iets meer dan menig ander heeft geschaad….

feest-druk

PhotoGrid_1493468231008

De nacht voorafgaand aan mijn verjaardag, op 24 april, kom ik niet in slaap. Mijn hoofd wil weer eens niet uit en ik heb het bloedheet. Gefrustreerd spring ik uit bed, nadat ik minstens tien keer ben gaan plassen tussen het woelen door. Ik loop de kamer in, twijfelend of ik mijn vriend zal appen: ‘We verzetten het etentje. Kan niet slapen. Voel me bagger en heb helemaal geen zin om jarig te zijn. Trusten xxxx’. Dat het vanavond feestelijk, gezellig ‘moet’ zijn, brengt onrust en houdt mij mede uit de slaap. Ik app uiteindelijk niet en kruip terug naast Troelie Woelie (beertje). Na wat gedraai val ik in slaap. Ik word te vroeg wakker. Het besef dat ik bijna 40 ben dringt keihard door, als je 38 bent, dan ben je met je hoofd al bij die 40. Ik tenminste wel.

Vermoeid sta ik op. Ik doe mijn vaste ochtendritueel en kijk op mijn telefoon. De eerste berichtjes zijn binnen. Tegenwoordig weet zo’n beetje iedereen via social media wanneer je jarig bent, alsof het een (inter)nationale feestdag is. Het maakt de druk nog groter dat deze dag iets bijzonders behoort te worden, hoewel ik dat fijn zelf bepaal. Toch doen alle lieve woorden mij goed, er wordt aan mij gedacht door velen, dat maakt blij!

Lopend naar mijn werk zie ik mijn vader aan het eind van de straat fietsen. Hij ziet mij niet, al lijkt hij even mijn kant op te kijken. Zodra het stoplicht groen springt, fiets hij door. Ik loop sneller, zodat we elkaar bij het volgende stoplicht alsnog tegenkomen. Zeker weten dat hij expres op dit tijdstip hier fietst, om mij tegemoet te komen op mijn verjaardag. Ik vind het sneu als hij dat voor niks doet. Eenmaal bij het stoplicht aangekomen, is hij nergens te bekennen. Sip loop ik door. Een paar straten verder komt hij terug gefietst. Hij had mij dus daarnet wel gezien. ‘Proficiat’, zegt hij en klopt op mijn rug.

Op mijn werk krijg ik handjes, kusjes en knuffels, ook is mijn bureau versierd. Na werktijd maak ik mijn (therapeutische) brug wandeling langs de Maas. Tegen alle weersvoorspellingen in schijnt de zon en daarin loop ik jarig te zijn. Ik wandel door de wei, aangezien de zwarte Galloways er niet staan. Ik stel mij altijd voor dat ze met zijn allen achter mij aankomen rennen, brrrr. Terug wandel ik langs de obscene Wachters van Tajiri op de brug, die mij met vier man sterk omsluiten. Ze blijven zoals gewoonlijk stokstijf op hun plek, evengoed voel ik mij geïntimideerd.

Tegen de avond komt mijn vriend en trakteert op een etentje. Het wordt een gezellig avondje met lekker eten (en wijn!!) Mijn vriend probeert mij na twee gangen over te halen om een toetje te nemen. Ik zeg dat ik vol zit, tot ik op de menukaart een chocolade toetje zie staan, tja die verleiding kan ik niet weerstaan. ‘s Avonds in bed kijk ik terug op een dag die ik toch echt als jarig ervoer. Ik deed het zelf en de buitenwereld hielp een handje….

litteken

stairs

Littekens heeft iedereen. Vaak zitten er herinneringen aan vast. Ik heb er eentje rechts bij mijn bovenlip. Het is ontstaan na een val vanaf de bovenste trede van een trap. Ik viel met mijn hoofd op de tegelvloer en ben kort buiten bewustzijn geweest. Nadat ik bijkwam zag ik bloed uit mijn gezicht druppelen, dit snapte ik niet, aangezien er geen pijn was. Hooguit voelde mijn heup een beetje beurs en mijn hoofd draaierig. Een gekneusde heup zo bleek later, ook had ik lichte hersenschudding en zag nog maar met een oog.

Mijn eerste gedachte toen ik opkrabbelde was verbazing. Tijdens de val schoot slechts een ding door mij heen: IK GA DOOD! En nu bleek ik er nog te zijn. Ik strompelde naar de spiegel. Dat horror-beeld vergeet ik nooit, een gapend gat in mijn gezicht. Een scheur liep vanaf mijn bovenlip naar de huid erboven, twee lossen stukken huid en bloed, veel bloed. Met wc papier probeerde ik de stukken lip bij elkaar te drukken, tot ze bij de eerste hulp aan elkaar genaaid werden. De dokter keek spijtig naar mijn jonge gezicht en zei, ‘het zal nooit meer worden zoals het was.’ Voor mij een bevestiging van wat ik eigenlijk al wist….

Het ongeluk gebeurde nadat ik mij pas had weten bevrijden uit een heel fout mannen netwerk. Ik wist zeker dat de val en het litteken dat ik na zes hechtingen overhield, mijn straf was. Mijn verdiende loon na hetgeen zich afgespeeld had. Eigen schuld, dikke bult, of litteken in mijn geval. De onvrijwilligheid en dwang van alle scenario’s, kon ik toen niet eens zien. Ik had als kind al geleerd dat mijn lichaam iets was om aan te laten raken, ook als ik het niet wilde. De geschiedenis heeft zich vaak herhaald.

Wat restte was boosheid naar mezelf. Ik moest mij schamen en dit deed ik jarenlang. Het litteken dat ik dagelijks in de spiegel zag was een blijvend souvenir. Ik walgde van het litteken en van mijzelf. Keek ik in de spiegel, dan zag ik alleen litteken, verder niets. Ik had geen (eigen)waarde meer, die was ik door de jaren heen stukje bij beetje verloren. Nu mijn lichaam ‘verminkt’ was, verdween het enige stukje waarde dat ik dacht te bezitten, de waarde van een mooi lichaam. Een lichaam dat weliswaar immuun was geworden voor pijn.

In de loop der jaren leerde en leer ik nog steeds (met hulp) anders naar het geheel kijken. Ik leer om de schuld niet meer bij mezelf te leggen en andere, belangrijkere, waarden te zien. Mijn blinde oog had na enkele uren weer zicht, de krukken konden opzij en het uitwendige litteken trok aardig bij. Hoewel het litteken voor de buitenwereld amper opvalt, vind ik het nog steeds confronterend om naar te kijken in de spiegel, vanwege de herinneringen die erachter zitten. Maar het hoort bij mij en heeft mij mede gevormd tot wie ik nu ben. Zonder litteken geen verhaal….

vluchtweg

Ook dit jaar ontvluchtte ik de carnaval. Het ging me niet alleen om het mijden van de hoempapa. Ik was eraan toe en wilde vluchten voor de ellende van afgelopen jaar, ergens heel ver weg van huis. Vandaar dat mijn vriend en ik voor Zwolle kozen. Ik was er nooit geweest en had beelden van een kneuterig dorpje vol wereldvreemde kneuters. De beelden bleken bij nader inzien onjuist. Het bleek een echte stad met historisch centrum, voor mij als liefhebber van fotografie en historie (ik heb niet voor niks een oudere vriend), ideaal!

Vlak voor vertrek maakte ik nog mijn brug wandeling. Ik vind het naar om vanuit thuis zitten, meteen verder te gaan (ver)zitten in een auto, dat is me een te lange zit. Na de wandeling stapte ik content de auto in. Mijn vriend draaide de volumeknop van de radio vol open. Hoewel ik volgens hem geen zangstem heb, trek ik mij daar nooit niks van aan. Ik zong en headbangde mee. Alsof ik mijn depressie en co rompslomp, het behandeltraject dat inmiddels afgerond is, mijn moeders borstkanker, de amputaties van daags ervoor, de vele ziekenhuisbezoekjes en emoties, van me los-bangde.

Onderweg lunchten we in Malden. Uitgelaten appte ik mijn familie dat we al helemaal in Malden zaten, met een foto erbij van mijn, door vreugde, geëmotioneerde vriend in het wegrestaurant. In werkelijkheid streek hij net een vuiltje uit zijn oog toen ik knipte, maar wisten zij veel. Nadat ik rustig een broodje kroket in mijn gezicht had geduwd en hij een broodje beenham, reden we naar Zwolle.

Bij aankomst plofte ik op het kingsize bed in ons hotel. Eerst had ik al mijn spulletjes (toiletartikelen, knuffelbeest Snarf, theelichtjes…) uitgepakt en uitgestald, dit moet bij mij meteen gebeuren, pas daarna kan ik mij overgeven aan de rust. Ik sprong vrij snel weer overeind, want we mochten een welkomstdrankje nuttigen en ook daar was ik aan toe! Dus zaten we even later in de lounge, samen met een wijntje, biertje en andere voortvluchtigen.

’s Avonds schoven we aan in het restaurant en werkten, naast het voor en nagerecht, een belachelijk grote zeetong naar binnen. Het was toch wel genieten om zo te zitten en anderen te laten rennen voor je. Met een volle buik plonsde ik een paar uurtje later in het ligbad. ’s Nachts sliep ik voor het eerst (in mijn hele leven) weer eens goed!

’s Ochtends genoten we volop van het ontbijtbuffet, erg verleidelijk als alles voor het grijpen ligt. Daarna bezochten we Giethoorn en Kampen. We wandelen, knipten foto’s, lunchten, bij terugkomst doken we de fitnesszaal in, badderden en ’s avonds lieten we ons weer bedienen in het restaurant. Tussendoor zorgden de kamermeisjes voor een schone kamer, niet dat wij er zo’n zwijnenstal van maakten, maar wat een verwennerij allemaal.

Na weer een zalige nachtrust, ontbijt, fitnessrondje, nog eenmaal badderen en bezoekje, inclusief lunch, aan Zwolle, reden we naar huis. Het was verademend om een paar dagen, vanuit monsterlijke klauwen, in de watten te worden gelegd en te ervaren hoe bijzonder goed dat voelt, juist nu!

klas

mossel

Ik sta tijdens de spits op een druk perron, naast mij somt zich een lagere schoolklas op. Nee hè…..durf ik na maanden weer eens in een trein, krijg ik meteen de volle laag! Het gejengel zorgt ervoor dat ik, nog voor ik een voet heb gezet in dit Arriva-blik, al overprikkelt, uitgeblust en zwaar overspannen ben. En ja hoor, net als ik ben gaan zitten op een plek waar ik mij veilig waande, komt de klas er ‘gezellig’ bij, uitgerekend hier, in de kleinste coupé. De kinderen kijken bedenkelijk mijn kant op, geen van allen durft het aan om naast mij te gaan zitten. Ik zie er blijkbaar zeer gevaarlijk uit. Juf durft het grote gevaar aan. Ze gaat naast mij zitten. Respect…..dit is erg dapper van haar.

Juf: ‘Jongens en meisjes, ga zitten waar plek is, veel keuze is er niet, dus geen moeilijk gedoe! Sef kom jij maar bij mij op schoot…..jij past er best op!’

Ik kan me voorstellen dat Sef daar niet zo blij van wordt. Sef mag dan een schattig, uitziend, klein manneke zijn met zijn fijn gebouwde, lijfje, guitige snuit en blonde gel haartjes, hij zit toch al in groep 7 (zoiets begreep ik uit het gejengel), dan wil je niet meer bij juffen op schoot.

Juf: ‘Sef je kunt ook daar tussen de meiden in gaan zitten.’

Sef bedenkt zich geen moment. Nog voor ik met mijn ogen kan knipperen, zit hij tegenover mij, tussen twee lieflijk ogende meisjes uit zijn klas.

Juf: ‘Het is druk in de trein, spitsuur. Weten jullie wat dat is?’

Sef: ‘Ja ik weet het…..dat iedereen gaat splitsen!’

Juf: ‘Nee Sef, spits-uur, geen splits-uur.’

Sef: ‘Ok dan weet ik het…..dan gaat iedereen uit eten!’

Anders dan de Juf, snap ik Sef wel. Alle reizigers zijn in zijn beleving op weg naar een eetgelegenheid en daarop spitsen ze zich, best logisch gedacht, vind ik.

Juf: ‘Ik zal een foto van jullie drie maken, dan app ik hem naar de moeders.’

Sef: ‘Maar mijn moeder zet zoiets dan altijd meteen op facebook….’

Juf: ‘Oh jouw moeder appt al Sef. Ze schrijft, hij zit daar goed tussen die vrouwen!’

Sef: ‘Neu….das eerder een reactie van mijn vader…..’

Juf: ‘Zeg zitten jullie nog goed?’

Sef: ‘Ja alleen zit mijn kontje een beetje krap.’

Juf: ‘Wat zeg je Sef?’

Sef: ‘Ja…..alleen een beetje krap.’

Dan gaat het gesprek over vis. Mij is ontgaan hoe dit zo is gekomen. Ze switchen razendsnel van onderwerp. Juf is een vindingrijke kletskous. Ze ratelt aan een stuk door, springt van de hak op de tak en dan vinden ze het gek dat menig kind hyperactief wordt. Zit maar eens een dag bij zo’n juf of zit er zoals ik eens 22 minuten tegenaan geplakt……

Juf: ‘Sef jij lust wel vis denk ik hè?’

Sef: ‘Ja lekker en ook mosselen! Leuk om dat bobbeltje in het midden zo eruit te zuigen…..en als het dan met zo’n sliertje vast blijft hangen!’

Juf: ‘Nou zoals jij het nu vertelt klinkt het helemaal niet lekker.’

Ik moet zeggen dat ik voortaan ook liever pas als er mosselen voorgeschoteld worden…..

We komen aan op het station. Ik ben opgelucht, omdat ik de reis dankzij Sef vrij aardig doorstaan heb. En Sef, blijf vooral lekker je onbevangen zelf, met jou erbij loopt zelfs reizen met een, door prikkels bezeten, Arriva-blik als een trein!

verder

photostudio_1478150790641

Op de operatiedag, brand ik het zoveelste kaarsje voor mijn moeder. Ondertussen wacht ik op het verlossende telefoontje. Het komt eerder dan verwacht. De operatie is goed verlopen.  Ze zal nog wel een tijd slapen denk ik bij mezelf, ook daarin heb ik mij vergist. Mijn moeder belt enkele uurtjes nadat ze de OK ingereden werd. Het gaat super zegt ze met dubbele tong. Nadat ze heeft opgelegd ontvang ik een App, waarin ze schrijft dat ze zin heeft om te dansen. Ik typ terug dat ik zo kom dansen en ga op weg naar het ziekenhuis. Ze zit stralend rechtop in bed als ik binnenkom. Ik merk nu pas hoe afgevlakt ik vanbinnen geworden ben door het zwarte monster in mij. Ik wil ook blij zijn, maar mijn emoties, ze zijn leeg, dood.…

Die avond ga ik mijn brugwandeling maken, even wat spanning eruit lopen. Haar kamer kijkt uit op het pad langs de Maas. Ik bel haar als ik langs de Maas sta en voel me als een klein kind, zoals ik naar de verlichtte kamers kijk, waar ze ergens ligt. Dadelijk zal ze aan het raam verschijnen en kunnen we uitbundig naar elkaar zwaaien, dat is leuk ! Helaas geen gehoor. Ik doe nog een poging, nog steeds geen gehoor. Mijn handen zijn inmiddels bevroren. Ik stop mijn telefoon terug in mijn zak, trek mijn handschoenen weer aan en wandel beteuterd verder.

De dag erna halen we haar op. Ze trakteert ons op een broodje in het restaurant en dan mag ze met de drain naar huis. Omdat ze niks heeft om de drain, die ze nog dagen moet dragen, in te doen, stel ik voor op zoek te gaan naar een heuptas. Ik struin die middag alle winkels af, maar nergens een heuptas. Uren later bel ik haar teleurgesteld om te laten weten dat ik niks vond. Ze stuurt een foto terug met haar roze handtasje, waarin ze de drain gestopt heeft. Gelukkig, ze heeft de ‘oplossing’.

De week erop gaan we naar het ziekenhuis om te horen welke vervolgbehandeling ze krijgt. In de wachtkamer praat en lacht ze volop. We hebben ons erbij neergelegd dat het hormoontherapie wordt en de uitzaaiing weg is. Als we bij de chirurg zitten vertelt mijn moeder dat het super gaat en dan begint hij zijn verhaal, het blijkt geen uitzaaiing van de eerste kanker. Het is weer een nieuwe borstkanker: triple-negatief. Ze zal 27 weken chemotherapie moeten ondergaan, eens in de 3 weken. Het enthousiasme van net is weg. Haar gezicht verbleekt en staat strak. Ze oogt teer. De chirurg zegt dat nog bekeken wordt of amputatie nodig is en in hoeverre erfelijkheid speelt. Ok denk ik, nu wil ik dat het stopt. Ik wil niet meer horen of voelen, nooit meer. Het is genoeg geweest, alles…

We drinken daarna koffie in het restaurant. Ditmaal zonder piano. ‘Nu hoef je mijn wenkbrauwen niet meer te doen’, zegt ze gekscherend. Ik epileer geregeld haar wenkbrauwen, dat is mijn taak. ‘Nee en misschien hoef je je benen ook niet meer te scheren, wel handig’, grap ik met haar mee. ‘En wil je binnenkort met mij kijken voor een hoofddoekje? Ik wil geen pruik, maar een doekje met rood en vrolijke kleurtjes.’  Natuurlijk wil ik dat. We gaan het allermooiste doekje zoeken dat er bestaat…!

vervolg

img-20170122-wa0009

De grote dag is daar. Weken hebben we met een knoop in de maag hiernaartoe ge(over)leefd. Je wilt vertrouwen op goed nieuws, maar ook niet teleurgesteld worden door weer een klap, daarom bungel je tussen hoop en vrees. Vandaag, vrijdag 13 januari, horen we of de kanker van mijn moeder ook op andere plekken zit.

Als ik het ziekenhuis in kom, zie ik mijn ouders opstaan van het bankje waarop ze zitten te wachten op mij, even zijn er tranen in mijn moeders ogen. ‘Fijn dat je er bent.’ ‘Tuurlijk ben ik er’, antwoord ik en klop op haar schouder om de kracht die ik voel over te brengen, alsof dat nodig is, degene met de meeste power van ons, is zij !

De oncologie wachtkamer zit vol. Het is schrijnend om mensen hier zo te zien, gezichten die spanning verraden, wallen onder de ogen. Mensen overgeleverd aan de kanker of nog in onzekerheid. Ik voel me bijna schuldig naar de lijdende gezichten, omdat ik ‘gezond’ ben en wil dat ik iets kan doen voor deze mensen. Maar wat, een van mijn maffe dansjes opvoeren ? Nee dat gaat hem ook niet worden hier. Machteloosheid overvalt me, net zoals ook zij dit zullen voelen en mijn moeder naast me. Ik draai aan de kraaltjes van het armbandje om haar pols, dat ik pas voor haar maakte, een mascotte.

De spreekuren lopen uit, na 45 minuten zijn wij aan de beurt. De chirurg zegt dat hij ons meteen uit de spanning haalt en vertelt dat op de PET en MRI niets gevonden is. Mijn moeder kijkt ongelovig en slaakt een opgeluchte kreet. Ze lacht. Ik moet wennen aan goed nieuws. Mijn hoofd heeft weken in de ergst-te-bedenken-scenario-modus gezeten en kan dat niet zomaar omzetten. De chirurg vervolgt dat er wel in het bekkenbot een aankleuring zichtbaar is, maar dat het waarschijnlijk niks is. Ter controle moet ze hiervoor over een paar maanden weer in de scan. De uitzaaiing in de oksel wordt verwijderd, inclusief alle (al dan niet aangedane) lymfen, waarna bekeken wordt welke vervolgbehandelingen ze krijgt. Opereren is dus mogelijk, daar zijn we blij om !

Als we beneden in het restaurant aan een broodje en kop koffie zitten, kan ik de opluchting toelaten, er is plek voor humor. Ik grap dat ze de volgende keer maar eens iets anders uit de kast moet halen, als ze zo nodig aandacht wil, met deze onzin hebben we het nu wel gehad. Mijn moeder ligt in een deuk. De pianist in de gang speelt ‘Hallelujah’. Typisch, ik had de Il Divo versie ervan laatst een paar keer beluisterd en mijn vader laten horen. Mijn moeder heeft het ondertussen over de polonaise dansen, dat wilde ze ook nadat de vorige borstkanker ‘genezen’ was. Ik wacht liever tot na de operatie, die 23 januari is, dan zit ook het depressie-behandeltraject, waar ik 4 maanden mee bezig ben er bijna op. En al ben ik ondanks de haalbare gezette stapjes, helaas niet genezen, als mijn moeder beter wordt, geeft dat weer verlichting !

reis

naamloos

Het telefoontje komt op woensdagochtend, ik ben op het werk. Mijn vaders stem klinkt bedrukt, ‘de uitslag is niet goed, er is weer iets gevonden, ditmaal in de lymfe van de oksel’. Mijn moeder krijgt die ochtend de uitslag van de jaarlijkse mammografie en de echo. Op de echo blijkt duidelijk dat het opnieuw foute boel is en het is ook voelbaar. Net als vorig jaar en 18 jaar geleden, wordt de grond onder mijn voeten weggerukt, om daarna te zweven tussen onwerkelijkheid en tegelijkertijd keiharde werkelijkheid. Alle houvast ontbreekt en daarmee moet je het zien te doen.

‘Nee, nee, nee !’ snik ik door mijn mobieltje. In gedachten zie ik mijn lieve, goedlachse moeder. We waren twee dagen ervoor nog uit gaan eten, op tweede kerstavond, mijn vriend, ouders en broer. Alles voelde vredig en goed, alsof er geen kwaad bestond. We genoten die avond intens en nu knapt die zorgeloze zeepbel, om in een soap te metaforen. Ik voel me verdrietig, boos, machteloos, lamgeslagen en wil maar een ding, naar mijn ouders om ze op te vangen, na deze klap, de klap die nooit went.

Ik race op de fiets naar het ziekenhuis, slik tientallen brokken in mijn keel weg en dan sta ik op de afdeling oncologie. Meteen zie ik twee broze gestaltes met aangeslagen gezichten, mijn ouders. Ze hebben mij niet verwacht, er is verwondering, dankbaarheid en er zijn tranen, als ze mij zien. Ik knuffel beiden.  ‘Wendy, het is niet goed’, snikt mijn moeder. ‘Nee, mama dat weet ik, daarom ben ik hier ook’.

De dagen erna, gebeurt er dan iets raars, na de eerste kanker, de tweede en nu weer, verkeer raast gewoon door, wolken trekken over, afgewisseld met zonnestralen, oudejaarsavond knalt een einde aan 2016, een Nieuwjaar breekt aan, de dj op de radio ratelt verder, leven, het gaat voort en wij gaan mee. Soms huil ik, soms lach ik en ik bezoek mijn ouders vaak.

Een aantal dagen na het nare bericht, trakteer ik haar op een lunch in een eetcafé en samen winkelen. Ik koop een trui voor haar, die we samen zien, en waarop een krachtige, quote staat. Mijn moeder straalt door haar verdriet. Tot slot trakteer ik op een wijntje. Nooit eerder heb ik zo genoten, als deze middag. Ik geniet omdat ik met haar mag zijn, hier en nu. Verder bestaat er niets, alleen wij, vandaag.

De dag erop gaan mijn vader en ik met haar mee naar de chirurg, die ons hopelijk alvast iets meer houvast en betrouwbare hoop kan geven. In de wachtkamer breekt mijn moeder. ‘Het is zo oneerlijk’, huilt ze, er is boosheid in haar gebroken stem. Ik streel haar arm en haren. En ik zeg dat ik trots op haar ben, omdat ze haar woede uit.

De chirurg is dezelfde als vorig jaar. Mijn moeder mocht hem erg graag. De man vertelt dat het waarschijnlijk een uitzaaiing is van 18 jaar geleden en pakweg 18 jaar geleden is ontstaan. Een traag gegroeide kanker. Als dit het geval is, is het operabel en krijgt ze vervolgens 5 jaar hormoontherapie, mogelijk word ze ook bestraald en de lymfeklieren worden verwijdert.

Indien de uitzaaiing is van een kanker elders in haar lichaam, zal er levensverlengend behandeld worden. Mijn moeder schrikt. ‘Ga ik dood?’, huilt ze. ‘Nee mama, jij gaat nog lang niet dood’, stel ik haar gerust. De chirurg vertelt ook dat het nog jaren kan duren. Pas als ze in de PET scan is geweest en een MRI van beide borsten heeft gehad, volgt de definitieve uitslag, op 13 januari. We gaan uit van het eerste (positievere) scenario en nemen afscheid van de chirurg en zijn assistente, er zijn mogelijkheden, de medici kan veel, dus er is hoop ! ‘U bent zo’n fijne rustige man’, zegt mijn moeder. De chirurg bloost. Ik ook, want even ben ik bang dat ze een huwelijksaanzoek erachteraan doet. Gelukkig laat ze het hierbij, onze soap bevat wat mij betreft al genoeg drama.

Ik neem mijn ouders daarna mee naar mijn huis voor een warme chocomel. Thuis trek ik mijn gordijnen, na maanden, weer open. Een beetje extra licht en warmte kunnen we wel gebruiken om deze reis opnieuw aan te gaan en ook mijn inzet is daarbij nodig !

liefde voor jullie

img_1932-2

Lieve jij,

Elk jaar rond deze tijd wil ik mijn lezers iets meegeven en laten voelen hoezeer ik het waardeer dat jullie er zijn. Het blijft bijzonder mooi om al schrijvende aandacht te mogen vragen en die ook te krijgen. Ik vind het nog altijd iets geweldigs en een van de beste stappen die ik ooit gezet heb, was het starten van een blog, het durven delen van mijn stem.

Wat wil ik jullie dit jaar graag vertellen, in deze melancholische, door commercie, tot ongekende, belachelijke hoogten, opgepompte, feestelijke, schrans periode ? Een periode die in het teken van vrede hoort te staan en wat ik iedereen ook daadwerkelijk van harte gun ! Ik wil jullie bedanken voor het lezen, hoewel wij elkaar niet dagelijks, wekelijks of misschien zelfs nooit zien, zie ik jullie wel in mijn gedachten. Wees niet bang, ik heb geen verborgen camera, waarmee ik stiekem in huizen kijk (al zou ik dat reuze interessant vinden trouwens.) Ik hoop dat jullie fijne dagen en een mooi jaar tegemoet gaan, dat jullie kunnen genieten van alles wat het leven de moeite waard maakt ! Denk daarbij niet te groot, daar heeft genieten of vrede niks mee van doen, zoek het klein of beter gezegd vindt het klein. Je hoeft niet te zoeken als het klein is en je ontdekt het pas als je verwachtingen los kunt laten. Het zit in een lief berichtje, glimlach, een goed gesprek, het zonnetje, een knuffel, muziek, kaarsjes, een mooie wandeling, warme chocomel met slagroom, een spannend boek, lekker eten.

Ik gun jullie dat deze momentjes gedeeld mogen worden met geliefden. Het samen zijn alleen al of weten dat er iemand is (jezelf inbegrepen) kan voldoende zijn om een intense dankbaarheid en voldoening te ervaren. Liefde is het mooiste en belangrijkste basiselement, daaruit halen we kracht. Zowel liefde voor de medemens als voor onszelf. Vandaar dat ik jullie vooral heel veel liefde wens. Het zou hartstikke leuk zijn als jullie mij blijven volgen in het nieuwe jaar. Ik heb nog genoeg te vertellen. Het afgelopen jaar was mijn verhaallijn soms donker, net zoals ikzelf vanbinnen. Ik werk er hard aan om ook meer liefde voor mezelf te vinden, zodat dit straks ook in het schrijfwerk terug te zien is !

Prettige dagen en nieuwjaar, dankjewel en veel liefs,

Wendy

p.s. en elk jaar trek ik rond kerst eenmaal mijn suffe, doch sexy, kerstjurkje aan en plant mij voor de foto naast het (nep) kerstboompje…

boetam

20150208_155815-1

Als kind had ik (ook al) mijn eigen wereldje en woordjes. Sommige herinneringen blijven, dat komt mede doordat mijn ouders nog regelmatig de draak ermee steken. Ik at graag een ‘boetam met sjoekleurde’, een boterham met gekleurde hagelslag………en ik at met gemak acht boetammen met sjoekladepasta (chocoladepasta) achter elkaar. Die sjoekladepastapot was van MIJ. Ik kon niet verdragen als iemand eraan zat, dat had ik ook met andere producten. Ik verdrukte ze in de kast en wist precies op welke manier eroverheen gekeken werd…….door het ver weg te schuiven en er iets voor te zetten.

Een ‘fitandel’……….frikadel, lustte ik ook. Friet heb ik een tijd niet meer durven eten, nadat ik eens bijna stikte in een frietje. Ik maakte mijn ouders wijs dat ik geen friet meer lustte. De waarheid was dat ik de angst had om aan een frietje dood te gaan……. Ik was bang voor de dood, ’s nachts liep ik vaak huilend naar mijn moeder om te zeggen dat ik ‘volgens mij’ dood ging.

Vlees lustte ik niet, de vlezige structuur……..dat heb je nogal eens met vlees, stond mij tegen. Verder weigerde ik de dagelijkse maaltijd. Voor mij werd steevast boter gesmolten in een pannetje en dat ging over mijn geprakte aardappelen, iets anders at ik niet.

Ik moet ook nog vaak aanhoren hoe ik als vierjarige al schommelend  ‘in gesprek’ raakte met een Italiaans meisje in Italië……….of eigenlijk knoopte zij een gesprek met mij aan en ik bleef herhalen, ‘ik kin dien praote neet verstaon.’ Zij kwebbelde gewoon door en ik gaf ook niet op.

Dan was er nog Heras, de hond…….. Een grote zwarte blaffer, waar ik doodsbang voor was. Hij waakte bij een afgelegen huis, elke zondag als we naar oma fietsten, kwamen we er langs, op een zondag begroette ik Heras, in de hoop dat het mijn angst verlichtte. Mijn vader vroeg daarop hoe ik wist dat hij zo heette. Ik wees naar het blauw geletterde naambordje op het hekwerk waarachter hij zat. Mijn familie kwam niet meer bij van het lachen, maar voor mij bleef hij Heras, ook als er toevallig overal hekwerken naar hem vernoemd waren………

Mijn lievelingspop had een bruine huid. Ik noemde haar Gillie van de Komponaisie. Ooit vroeg een meisje, waarom ik een bruine pop leuk vond……. We (Gillie en ik) voelden ons diep gekwetst. Ik hield net zoveel van Gillie als zij van hun witte kaaskoppop, meer zelfs ! In mijn poppenhuis zat een popje dat ik Koetnaatje noemde. Mensen lachten als ze de naam hoorden, maar Koetnaatje en ik trokken ons daar nooit niks van aan……..

Ook was er Marieke. Marieke was ik zelf, als ik buiten speelde met de bal. Ik werd dan Marieke en fantaseerde hoe haar leven er uit zag…….. Tegen Marieke keek ik op, ze was nergens bang voor, een stoere meid, die geroemd werd om haar prestaties. Marieke gaf mij een veilig gevoel, ze kon de wereld aan.

Ik lag altijd in bed als een foetusje, opgekruld tot een propje, klein en onzichtbaar, dit is onveranderd gebleven, hooguit is het propje iets groter nu……. In de baarmoeder woonde ik, geloof ik, met hartstikke veel plezier, tot ik er ooit rond zes uur ’s ochtends uitgeperst werd. De schok ben ik nog altijd niet te boven, maar ik had het rot gevonden als mijn moeder tegenwoordig met 51 kilo in haar buik rond zou lopen, nee het is goed zoals ze het heeft aangepakt…….of uitgepakt.

knuffelen

Deze diashow vereist JavaScript.

Dat knuffelen heilzaam kan zijn, was mij reeds bekend…. Ik ben alleen nooit zo’n knuffelaar geweest, tot ik, nog niet eens zo heel erg lang geleden, leerde dat het bestond, een aanraking die verder nergens op uit is en ik daar echt van kon genieten. Een gebaar van liefde, verbondenheid, troost, om te laten voelen hoeveel iemand voor je betekent of soms zomaar….als beide partijen daarmee instemmen en daar behoefte aan is.

Ik kreeg pas van iemand de tip om meer te gaan knuffelen…. Het zou een positieve invloed hebben op de stemming, door te knuffelen wordt oxytocine afgegeven, een hormoon dat zorgt voor een geluksgevoel en weerbaarheid tegen stress. Ik besloot ermee te gaan oefenen en knuffelde mijn vriend vanaf dat moment plat. Maar ik begreep van hem dat het een vrij lastige (haast onmogelijke) opgave is, met name om het dan ook bij een simpele knuffel te laten…. Het geeft niet. Ik ben hem aan het leren hoe dat werkt en moet er zelf ook nog een beetje inkomen.

Omdat ik niet altijd iemand naast mij heb om als knuffeltherapie te gebruiken en er weinig voor voel voortaan iedereen te beknuffelen….het kan soms wat ongepast zijn….miste ik vaak iets. En toen werd ik verliefd, in een speelgoedwinkel ! Hij keek mij aan met zijn donkere, trouwe ogen en ik was verkocht. Ik merkte meteen hoe er een oxytocine stoot binnen in mij werd afgegeven, dit werd sterker nadat ik hem tegen mij aan drukte en knuffelde…. Het was een grote teddybeer met een liefdevolle, lach en bolle buik. Ik kocht hem niet. Mijn vriend, die erbij was, deed dat. Hij zag mij opleven en smolt, waardoor hij hem onmogelijk kon laten liggen. De caissière stopte beer in een grote draagtas, door zijn nek min of meer te breken en hem op te vouwen. Het was even rottig om te zien. Thuis heb ik dat inmiddels goedgemaakt met hem….

Ik heb hem Heroe genoemd. Geen Hero, nee Heroe….ik maak altijd graag een eigen versie van woorden. Hij gaat met mij naar bed, door zijn grootte kan ik heerlijk tegen hem aan kruipen en we kunnen zelfs lepeltje, lepeltje liggen. Overdag zit hij op de bank. Ik knuffel hem elke dag, dan is het alsof er kleine hartjes uit mij stromen. Het fijnste is dat Heroe geen initiatief toont en niet aan kan raken, die taak behoort enkel aan mij…. Hij moet zich wanneer dan ook opofferen….gezien de onophoudelijke lach op zijn snuit heeft hij daar geen moeite mee. Ik weet alleen niet hoe mijn vriend het ervaart. Het is toch opeens best een grote barricade zo tussen ons in ’s nachts….

schamele roos

rose_left

Ik heb net mijn panty omlaag gestroopt tot voethoogte en sta te hannesen met de sluiting van mijn sport bh, als ze kibbelend de kleedkamer van de sportschool binnen komen…….twee dames van senioren leeftijd.

‘’Nee Loes ik vind het niet leuk dat je dat zegt ! Je hebt al zo vaak opmerkingen over mijn gewicht gemaakt, stop daar eens mee !’’

‘’Maar Roosje ik heb alleen gezegd dat ik je te mager vind, wat is daar verkeerd aan……!?’’

‘’Ja maar daar begin je elke keer over……..steeds als ik je zie, zeg je dat ik te mager ben geworden ! Ik vind dat heel vervelend, het is altijd hetzelfde, andere mensen die veel afgevallen zijn krijgen complimenten en ik krijg juist kritiek !’’

‘’Het is toch geen kritiek Roosje ! Ik zeg het elke keer omdat ik mij zorgen maak om jou ! Je wordt steeds magerder, dat mag ik toch wel zeggen…….!?’’

‘’Jij hoeft je geen zorgen te maken om mij en er telkens over te beginnen, ik snap niet waarom je dat doet ! We zijn vijftien jaar vriendinnen, dit noem ik geen vriendinnen meer hoor, een vriendin heeft niet constant commentaar !’’

‘’Och Roosje je moest eens weten wat ik allemaal gehoord heb de laatste tijd…….mensen die aan mij vragen of je ziek bent omdat je zoveel afgevallen bent ! Iedereen om je heen maakt zich zorgen over je, echt waar !’’

In de tussentijd heb ik mijn sportpakje al lang en breed aan. Ik zit op het bankje om berichtjes met mijn gsm te sturen, niet over de dames, maar mijn eigen crisis situatie vandaag. Ik heb geen vriendin nodig om te kibbelen. Ik en mij zijn voortdurend in strijd, ook nu, want zal ik mij bemoeien met de dames…….ze bewust maken van de zinloosheid van dit (puur op jaloezie berustende ?) gekibbel, zeggen dat ieder lekker moet doen waar zij zich goed bij voelt en ik met Roosje begaan ben (en Loes zelf best wat af mag vallen, maar daar vermoedelijk tot haar eigen frustratie niet in slaagt) of kan ik beter erbuiten blijven…….?  Ik kies het tweede, loop langs de dames en vul mijn bidon aan het kraantje.

‘’Zij is ook mager, dat mag dus ook niet…….!?’’

De dames staren naar mij. Ai nu word ik alsnog in het schamele Roosjes gekibbel betrokken.

‘’Maar dat is een jong meisje Roosje ! Je kunt haar toch niet vergelijken met jou……!?’’

Ik wil zoveel zeggen, waardoor ik opeens dichtklap en een beetje stompzinnig lach. Mijn jonge meisjeslijf vlucht het toilet in…….wat wil je ook met zoveel gezeik ? Wanneer ik de kleedkamer uitloop hoor ik Roosje nog tegen Loes snibben dat ze heus geen anorexia heeft. Loes ontkent dit gesuggereerd te hebben.

Later zie ik Loes, zonder Roosje, met een verbeten gezicht de parkeerplaats op lopen, zo zie je maar….…het leven van een oud meisje kan ook niet altijd over Roosjes gaan.

 

realiteit

photogrid_1476882587330

Ik voel mij al een tijd verward. Verward ? Ja verward……voor mij houdt dat in, het niet meer overzien. Overladen met inzichten. Veranderingsprocessen die zich een weg proberen te banen in mijn geautomatiseerde, starre systeem, zonder te weten welke wegen ze het beste kunnen nemen of hoe ze eens een zijweggetje kunnen inslaan……zoiets…… Simpel gezegd, ik weet het allemaal niet meer en toch ook niet minder. Klinkt warrig en dat is dus precies wat ik bedoel ! Een lollig blog-verhaaltje vanuit mijn scherp observerende naar buiten gerichte ogen en oren, krijg ik er nu niet uitgeperst……dus houd ik het op een update.

Ik ben een aantal weken bezig met het behandeltraject vanwege mijn depressie……inclusief breed scala aan daarop aansluitende diagnoses en heb drie keer per week therapie, soms vier, zowel gesprekken als beweging op intensieve wijze. Het vergt veel van mij, vooral vanwege de keiharde, pijnlijke confrontaties. Mijn motivatie is evengoed groot. Ik ga er graag heen en ervaar het tot nu toe als een warme plek waar oprecht alle aandacht is voor mij……

Rust vinden lukt mij dankzij mijn brug naar brug wandeling (het rondje rennen bleek toch niet zo mijn ding) en creativiteit. Ik schrijf, fotografeer, maak sieraden en ben na jaren weer gestart met tekenen……. Pas geleden vond ik tekeningen terug die ik als kind en jonge tiener maakte. De kindertekeningen heb ik tijdelijk hier geplaatst: https://duvelkeinthesky.wordpress.com/kindertekeningen/  Het was fijn om te ontdekken dat ik nog steeds kan tekenen……maar wrang om terug te zien hoezeer verwarring altijd al speelde. Ik besefte dat ik na eenmaal in een verwarrende situatie te zijn beland, steeds weer erin terecht kwam. Het werd een rode draad door mijn leven. Een draad waarvan ik voelde dat je er beter over kon zwijgen, alles moest leuk blijven. Iemand zei nog niet zo lang geleden, ‘je moet wel leuke verhaaltjes schrijven, zware kost zit niemand op te wachten’. Ik wilde bijna gaan slaan……tot ik inzag dat het een beperking van die persoon was, ik er geen energie in moest steken en vooral door wilde gaan met zware ko(t)st schrijven. De kernreden waarom ik nu een zwaar traject doorloop, is omdat ik vaak geen stem durfde te hebben of grofweg niet gehoord werd.

Ditmaal dus geen ‘leuk’ verhaaltje, wel een die tot nadenken zet……om voor jezelf te staan, jouw verantwoording te nemen. Durf te vragen naar wat jij nodig hebt. Geef duidelijk grenzen aan. Zeg vaker nee en laat je niet beletten door anderen. Leef voor jezelf, want laten we eerlijk zijn, in werkelijkheid zal het anderen worst wezen hoe jij het doet. Het gaat om jou. Jij bent belangrijk, de hoofdrolspeler in jouw eigen realiteit……WAUW dit klinkt zo waanzinnig, dat ik spontaan een (opwelling van) buiten proportionele levenslust krijg en hopelijk jullie ook, dan heb ik toch nog iets ‘leuks’ gebracht met mijn vertelsel ! Ik blijf het hoe dan ook mooi vinden om iets voor een ander te kunnen betekenen……mits ik mijzelf niet (meer) wegcijfer.

Nog een fijne voortzetting van jullie realiteit gewenst en het was mij weer een waar genoegen daar even onderdeel van te mogen zijn !

Kopje koffie, glazenwasser?

e796c4d9989d82b73e351f9b307b305a

Hij praatte hard. Ik hoorde hem vanuit mijn torenkamer in mijn appartement. Eenmaal beneden zag ik eerst de ladder en toen hem. Gebruinde huid, gespierde armen, een tatoeage, hier en daar wat goud…………de glazenwasser. Hij maakte een praatje met mijn vriend, die op mij stond te wachten.

Mijn ramen zijn nog nooit aan de buitenkant gewassen, dus ik wilde de beste man eens vragen wat zoiets kost………..ja dat is altijd het eerste wat in mij opkomt en niet omdat ik zo op de centen zit of misschien toch een beetje (heel erg). Maar ik wilde vooral weten wanneer hij precies kon komen, een onverwachte man bij het raam, daar hou ik niet van. Ik ben zo’n vrouw die als het zo uitkomt, rustig in haar ondergoed staat stof te zuigen of al tanden poetsend door de kamer hupt………….

Ik kwam er moeilijk tussen met mijn vragen. De glazenwasser bleef aan het woord. Mijn vriend toonde zijn waardering voor het vak. Het is best link om op zo’n hoge ladder te staan. Die bewondering van mijn vriend snapte ik wel. Ik herinner me nog hoe hij eens groen wegtrok in de kabelbaan……………of die keer dat we op de top van een Oostenrijkse berg liepen of in ieder geval, ik liep, hij schuifelde, lijkbleek, trillend, zich vastklampend aan een hekje, verder.

Ik stond op het punt mijn vragen te stellen, toen de glazenwasser opnieuw begon, in de lichtjes van zijn ogen zag ik dat er iets spannends kwam……..

“Je maakt wat mee…………..”  Zijn blik flitste naar mij en weer naar mijn vriend. “Sommige vrouwen doen het er om, staan ze daar in een stringetje en met blote t**tjes bij het raam. Ik negeer dat altijd hoor, want ja, zulke vrouwen zijn toch niet te vertrouwen ? Ze zijn getrouwd en al hè, staat er keurig op het naambordje: Harrie en Gertruda. Dat moet je als vrouw zijnde toch niet willen ? Of vrouwen die vragen of ze in natura mogen betalen………..dus ik zeg dan, goh wat fijn ! Eindelijk iemand die bij mij de tuin wil komen doen ! Ja, daar maak ik dan maar een grapje van. Ik spreek vrouwen er ook gewoon op aan hoor. Laatst heb ik zo’n vrouw gevraagd of ze alsjeblieft wat aan wilde trekken. Ik bedoel, kom op zeg.”

Op de een of andere manier had ik opeens geen zin meer om te vragen of hij mijn ramen kon wassen………..misschien zou ik zijn collega kunnen vragen, die voorbij kwam en zich er met een glimlach tussen mengde, “ik maak zulke dingen nou nooit mee hè…………” Ik kon de ‘potverdikke’ in zijn gedachten bijna lezen.

Ach nee weet je, laat ook maar helemaal zitten en daarbij wat heeft het voor nut om ze te laten wassen ? Mijn gordijnen zijn nog steeds dicht. Ik zie niet of er vuil achter zit en wat niet weet, wat niet deert…………of zoiets !

uitspatting

Deze diashow vereist JavaScript.

Zoals elk jaar vonden de Parkfeesten in Venlo plaats. Vorig jaar ben ik vier dagen op rij gegaan. Dit jaar dacht ik dit niet aan te kunnen, laat staan dat ik de drukte en mensen kon verdragen.

De eerste avond welde toch de behoefte op om te gaan……..de zon, muziek, wijn, wellicht deed dat goed. Eerst ging ik bij mijn vader langs, die gezellig mee ging. Ik dronk anderhalf wijntje omdat ik anders ook maar een beetje droog daar zat te zitten in de hittegolf die de afgelopen dagen huishield en om alvast in de stemming te komen, daarna fietsten we richting park, waar ook mijn vriend verscheen. Het werd zo’n avond waarin alles even klopt en goed is. De wijn smaakte minder……..maar in mijn hoofd viel hij lekker!

In bed werd duidelijk dat ik de grens overschreden had, toen mijn hoofd duizelde. ‘ s Ochtends onder de douche dacht ik dat mijn laatste minuten geslagen waren. Ik greep naar het paarse poetsemmertje……….dat godzijdank binnen handbereik stond. Het leende zich prima om nu eens, tot twee maal toe, als vuilstort te gebruiken. Ik nam mij voor om nooit meer wijn te drinken, gad-ver-damme! Aan het eind van de dag knapte ik iets op, voldoende om ’s avonds weer naar het park te gaan met mijn vriend. Na een wijntje (ja, ja, toch weer) vond ik het welletjes. De stemming zat er deze keer niet in bij mij………wat deed ik hier in deze hete, drukte en wat een teringherrie met overal die mensen. Ik wilde naar mijn nest en vlug ook!

De volgende, katerloze (!) dag werd ik opnieuw enthousiast en vertrok ’s middags weer naar het park, waar ik danste op foute smartlappen………met een mix van Rosé-Spa rood, DE uitvinding voor een minder snelle stijging naar de hersenen. Ik sprak veel (ook onbekende) mensen, voornamelijk mannelijk, over onbenullige zaken, waarvan ik altijd roep, dat ik daar niet aan mee doe……….maar wat blijk ik dat goed te kunnen zeg! Gewoon luisteren naar levensverhalen in combinatie met vleierijen die op mij afgevuurd worden. Even mijn shit loslaten en die van anderen aanhoren. Triest en toch soms verlossend.

Ik werd de dag erop opgewekt wakker en na een mountainbiketocht, waarbij ik ging als een tierelier………fietsten mijn benen ’s middags met die van mijn vriend, weer richting park. We waren er bijna toen bleek dat het te hard waaide voor mijn rokje, zodoende fietsten we terug naar huis, waar ik de meest strakke rok, die zelfs een tornado (naadloos) doorstaat, koos. De parkmiddag, die uitliep tot in de donkere avond, was wederom gezellig. Ik trof vrienden en bekenden, waarmee ik rosé-Spa dronk………en zo kwam aan deze vierdaagse uitspatting een einde.

Eenmaal in bed huilde ik om de shit die toch nog in mijn hoofd zat en welke ik misschien iets te hard had proberen te “verdrukken”. Maar ik had deze losbandige dagen evengoed nodig, spijt heb ik niet, hooguit een beetje geleerd hier en daar………..vooral in het paarse poetsemmertje!

vetzooi

Hot-Chocolate-Cake-9.jpg

Om maar meteen met de deur in huis te vallen…………ik schijn een gigantisch gebrek te hebben ergens aan, zonder dat ik dit door had. Het zit zo, vorige week moest ik naar de instelling waar ik al een paar weken aan het voortraject bezig ben en die mij hopelijk straks gaat behandelen in de vorm van geestelijke en lichamelijk therapie. Ik kreeg naast de graafwerkzaamheden in mijn ziel ook een lichamelijk onderzoek…….….denk nu niet meteen aan een diep inwendig gebeuren, want dat zou erg ongepast en strafbaar zijn in dit geheel. Nee, ik ben uitgehoord over mijn eet, leef en beweegpatroon. Ik werd op een soort multifunctionele weegschaal gezet of nou ja, daar ben zelf op gaan staan, zo klein ben ik ook weer niet………..

Wat bleek nu………..allereerst is mijn gewicht aan de lage kant. Ik biemel (is dat trouwens een ABN of ABW woord, die laatste staat voor: algemeen beschaafd Wendy woord) al een poosje onder de 50 kilo. Dat gewicht was nog weinig schokkend. Ik ben echt geen vel over been hoor! Maar mijn vetpercentage was 13,5%. Volgens de fysiotherapeut gelijk aan dat van topsporters…………alleen ben ik geen topsporter en ik sport er ook niet naar. Een “gezond” vetpercentage moet tussen de 21 en 33% zitten. Ik heb dus te weinig vet.

Nu ben ik al een week elke hap en stap die ik neem of zet aan het nagaan…….….ook  ’s nachts leg ik alles nog eens onder de loep om te onderzoeken waar of wat er mis (gegaan) is. Ik voel mij er al jaren goed bij om gezond te eten en probeer snoep-troep zoveel mogelijk te mijden. Suikers en vetten hebben negatieve gevolgen voor mijn stemming. Er bestaan voedingsmiddelen waarvan je blij wordt…….….bananen bijvoorbeeld. Het eerste wat ik elke ochtend doe is een banaan naar binnen werken, daarna een stevig ontbijt, lunch, diner en tussendoor gaat er ook nog wat in. Verder beweeg ik genoeg en vooral graag!

De vraag die speelt is, ben ik onbewust doorgeslagen of is het de stress die het vet weg vrat, dat kan namelijk ook………….of klopte die stomme meter gewoon niet. Ik ben geschrokken en baal ervan. Dit lichaam en eetpatroon waarmee ik tevreden was, zou nu radicaal om gegooid moeten worden, omdat de gezonde maatstaven het afkeuren. Ik ben niet van plan nu alles naar binnen te stouwen wat los en vast zit of elk aangeboden taartje te verslinden………….dat voelt niet fijn!  Wel trakteer ik mijn jarige vriendje (hieperdepiep!) vanavond op een etentje en moet ik mezelf het lekkerste, calorierijkste voorgerecht, meest uitgebreide hoofdgerecht en romigste (chocolade!) nagerecht gunnen met een kop koffie of zo’n heerlijke koffie met crème, choco en likeur inclusief bonbons na. Kortom, afzien!

p.s. zijn er eigenlijk vet houdende wijnsoorten? Is gewoon een vraagje, dan kan ik daar ook rekening mee houden.

Wendy rent

 

2016-08-06-21-43-05-153 - kopie.jpg

Gisteravond besloot ik in een schaarse opwelling een stukje te gaan wandelen langs de Maas, dit deed ik af en toe al, op de meest duistere, onrustige momenten, als ik wilde ontsnappen uit mijn hoofd………….het lukte alleen nooit echt, aangezien dat hoofd aan mij vast zit. Evengoed voelde zo’n wandelingetje fijn. Gedachten in en uit laten stromen, zonder er iets mee te hoeven. Ik had toevallig gister gelezen dat wandelen helpt bij depressie…………dus de motivatie was er!

Ditmaal trok ik een sportbroek en sportschoenen aan i.p.v. de spijkerbroek waarmee ik het normaal doe…………voornemens om een stevigere wandeling te maken. Eenmaal op weg in het zonnetje met de opzwepende klanken uit mijn mp3 speler, bedacht ik dat rennen ook een optie was. Ik riep al jaren dat ik wil beginnen met joggen, dit kwam er nooit van. Nu begonnen mijn benen spontaan te rennen………….dat ging mij nog goed af ook. Ik wisselde af, een stukje joggen en dan weer wandelen, zo had ik het eens ergens gelezen in een opbouw schema.

Een meer ervaren jogger haalde mij in, toen ik net weer aan het lopen was. Mijn benen wilden verder dan een blokje langs de Maas………..opeens renden ze de brug over. Ik was vergeten een elastiek mee te nemen om mijn lange haar vast te binden. Het zal een hilarisch beeld geweest zijn om mij met wapperende haren en gestifte lippen langs de autobaan te zien galopperen, toch weerhield het mij niet ervan door te gaan. Ik droeg tenminste wel een echte sportbroek en sportschoenen………….wat het deels professioneel maakte.

En zo stond ik luttele minuten later aan de overkant van de brug in Blerick, tot mijn verbazing lag de jogger een stukje achter…………om mij even later voorbij te rennen. Verderop zag ik hem gepijnigd naar zijn zij grijpen. Ik liep en rende soepel door. In de verte zag ik nog een jogger, uitgeblust voorover gebogen. Het motiveerde mij des te meer. Mijn benen die vroeger de snelste van de klas waren, ik bezat ze nog steeds! Ik had het gevoel dat ik op kon stijgen…………..de lucht in vliegen. Het was dit grootse gevoel van vrijheid, wat mijn benen in beweging hield, op deze stralende vroege avond.

Ik deed oefeningen met mijn armen, gooide ze kruislings voor me en bewoog op en neer, waar ik dat vandaan haalde? Geen idee……………waarschijnlijk had ik het joggers eens zien doen. Het rondje wandel-joggen is hoe dan ook voor herhaling vatbaar en past in het hoofdstuk vernieuwing en doorzetten, dat ik insla. Ik moet nog uitzoeken hoe je precies als beginneling te werk gaat in de rennerswereld, zodra ik het onder de knie heb volgt aanmelding voor de Venloop. De olympische spelen zijn een logische volgende stap…………..of is dit nou wat ze noemen een manie? Ach weet je, het kan me niet zoveel schelen en als het antwoord ‘ja’ is, dan blijft zo’n manie op zijn tijd een welkome drijvende kracht, dus laat maar lekker gaan(ie)!

p.s. tips van ervaren renners onder ons, over de opbouw zijn meer dan welkom.

Candy

SONY DSC

Ik had onlangs een modellenklus in het Odapark. Onderweg naar de locatie haalden we helium ballonnen bij een feestwinkeltje, waarmee ik zou poseren. Mijn fotografe had een wit jurkje voor mij. Ik trok het alvast aan naast het winkeltje, achter de auto, in een woonwijk……….als model moet je niet te preuts zijn. Aangekomen op de foto locatie, verscheen de vader van mijn fotografe ook. Omdat hij vlakbij woonde kwam hij een kijkje nemen. Erg handig, hij bood meteen aan mijn tas te dragen. Ik had een grote tas met extra kleding, schoenen, een handdoek en voldoende water mee. Het was heet die dag………….

Een van de opdrachten was om op een liggende boomstam te staan. Het gevaarte was lastig te beklimmen voor een klein meisje als ik………. Gelukkig was er vader. Hij tilde mij omhoog en plantte mij erop. Opzij stond een man aandachtig te kijken. Vader raakte in gesprek met hem. De man informeerde wie ik was. Vader zei met een stalen gezicht dat ik een model uit Amerika, Louisiana, was. Ik probeerde serieus te blijven en zette een Louisiana-model gezicht op. Stiekem vind ik toneelspelen waanzinnig leuk………..! Ik zat meteen in mijn rol, schonk de man een ondeugend Amerikaans lachje, gooide mijn handen in de lucht en poseerde met de ballonnen. ‘Wauw she’s beautifull, maybe she can come and visit me? She’s young isn’t she? Is she single?’ vroeg de man. Hij was midden zestig, maar werd jeugdiger geschat, hoorde ik hem zeggen……….. ’Yes’ antwoordde vader.

Het zou sneu zijn om de man….…die verder toch normaal leek, uit zijn illusie te halen. Ik sprak daarom vanaf nu met een Amerikaans accent. Op de vraag, ‘do you like Holland?’ antwoordde ik dat ik het very much like en yes, ik was also in Amsterdam geweest, ook daar vond ik het nice. Aan het einde van de shoot reikte vader mij zijn rug toe om van de boomstam af te komen. Ik gooide mijn benen om hem heen en liet mij naar de grond dragen………ook daar doen Louisiana modellen niet moeilijk over. Het deed me denken aan mijn kindertijd, ‘op de poekel’ heette dit.

De man ging door, ‘maybe you could visit me some day. I have a very nice house, not far from here. Shall I give my number?’ We legden uit dat er geen telefoon was om zijn nummer te noteren, in werkelijkheid was die er wel……….maar geen denken aan dat ik bij hem ‘op de koffie’ zou gaan! Vader verzekerde de man ervan dat hij gewoon het Amerikaanse nieuws kon volgen en dan vanzelf over mij hoorde. Ik was in Amerika erg bekend. De man schudde mijn hand en stelde zich voor. ‘Candy’ flapte ik eruit, waarna we hem achter lieten met zijn hondje en in lachen uitbarstten. ‘Dat heeft zij nou altijd met mannen, ook in het echte leven’, zei mijn fotografe tegen haar vader. Ik zweeg………..

Thuis zou de man achter zijn laptop kruipen en “Candy” Googlen. Ik hoop dat hij toch nog een ander snoepje gevonden heeft………

meisje

 

DSC02915.1.jpg

Er wordt in mijn naaste kringen nogal eens gesuggereerd dat ik bang zou zijn om ouder te worden………niet alleen door mensen die opmerkingen of gedragingen van mij opmerken in hun bijzijn, ook lezers van mijn schrijfsels. Reden voor mij om eens nader te onderzoeken of achter deze suggesties waarheden schuilgaan, want wie kan nu beter met antwoorden komen dan ikzelf, het angstvallig jong-willen-blijvende- meisje-vrouwtje……….(?!)

Ik flap er inderdaad met enige regelmaat uit dat ik mijzelf als meisje zie en moeite heb om voor ‘vrouw’ te worden uitgescholden………of sorry, uitgemaakt. Maar is dat niet eerder een positieve, complimenterende kijk die ik daarmee blijkbaar op mijzelf heb? Zelfs al druk ik mijn neus tegen de spiegel om mijn evenbeeld te bekijken, dan nog zie ik een en al meisje. Natuurlijk zijn mij de laatste jaren hier en daar wat lijntjes opgevallen, die zelfs na de beste nachtrust niet verdwijnen, ook bezit ik vrouwelijke rondingen die weinig met meisje van doen hebben………..evengoed blijft het meisje in mij zichtbaar.

Toegegeven, het is rottig om geleidelijk aan toe te zien hoe bepaalde lichaamsdelen steeds meer richting grond gaan wijzen………..uit gaan hangen, verslappen, verschrompelen, van pronte mooie wulpse vormen naar iets waar de rek, de fut, uit is. Ik kan mij onmogelijk voorstellen dat er mensen zijn die dit proces toejuichen en enthousiast voor de spiegel applaudisseren……….want ‘dat’ wat ooit op borsthoogte hing kan nu eindelijk als kniewarmers fungeren.

Vrouwen krijgen ook nog eens met de overgang te maken en als ik daar soms over hoor………..nou ik geef het je te doen. Mannen hebben het makkelijker, die penopauze is misschien absoluut geen pretje, maar ik denk dat je met creativiteit (of pilletjes) veel kunt bereiken. En dat buikje heeft best een hoog knuffelgehalte. Voor vrouwen ligt het anders, er komt veel meer bij kijken. Je krijgt op de meest onmogelijke momenten zweetaanvallen, ondertussen droog je op ander plekken juist op. Het gaat samen met een ontspoorde spijsvertering met als gevolg dat de kilo’s eraan vliegen………..op zich heeft dat ook voordelen, zo komen die oude rondingen toch opeens een beetje terug.

Ik heb het nu alleen over de uiterlijke veranderingen, alle overige geestelijke en lichamelijke zaken nog daargelaten. Hierover ga ik niet uitweiden, want vanuit mijn hypochondrische oogpunt gezien, kan ik daar weinig lolligs over schrijven…………hoe dan ook, ouder worden gaat met de nodige ongemakken gepaard.

Komen we nu bij het verlossende slot……….ik zie inderdaad op tegen het verouderingsproces, net zoals ik tegen alles opzie waarover ik geen controle heb. Dus: ja, ik ben heel blij dat ik nog steeds gewoon meisje ben!

wachten

IMG-20160713-WA0002

Voor ze plaats neemt in de wachtkamer, loopt ze op een blond meisje en jongetje af, die in het speelhoekje op de grond zitten. Ze krijgen een hand van haar. Het is de oma denk ik. Ze oogt oma-achtig……….compleet met (van die afzichtelijke) vleeskleurige oma-comfortschoenen om met vocht gevulde voeten.

‘Het is een snebbelke hè? Is ze thuis ook zo’n snebbelke?’ ze duidt op het blonde meisje dat nogal een spraakwatervalletje is en richt zich tot de vroeg kalende man ernaast, papa.

‘Ja het houdt niet op’, zegt papa, gevolgd door een lange vermoeide zucht. Meteen begrijp ik dat zij niet de oma is en ik snap ook de oorzaak van zijn haarverlies…….

‘Snebbelkes praten meestal veel hè, snebbelkes……..’ gaat oma verder.

‘Hoe oud ben je?’ oma kijkt naar het meisje, vier vingertjes steken omhoog.

‘Het zijn altijd snebbelkes met vier, ja snebbelkes zijn het.’

‘Mooie auto hè?’ vraagt ze aan het blonde jongetje, dat een jaar blijkt. Ik heb niet meegekregen of het manneke of snebbelkeszusjes voor hem sprak.

‘Wie heeft jouw haar gevlecht?’ ze heeft het tegen het meisje (uiteraard niet tegen papa).

Papa staat nu op en verhuist………ver bij oma vandaan.

Dan laat een vrouw naast mij zich horen. Het is voor niemand in het ‘publiek’ helder tegen wie ze praat……….of zeg maar, zeurt……….

‘Pfffff altijd wachten. Ze zijn nooit op tijd, het loopt altijd uit. Pffffff’, er komt geen reactie van ons, het publiek, dat overigens in hetzelfde wachtschuitje zit. Het deert haar niet. Nu ze een zwijgend (dus luisterend) publiek gevonden heeft, wil ze er van profiteren ook……..

‘Pfffff wat heb ik hier de schurft aan. Daarom maak ik thuis nooit afspraken, hoef ik ook niet te wachten. Ik haat wachten………..’ Nou dan gaat u het nog verdomd lastig krijgen, het leven bestaat veelal uit wachten, wil ik zeggen, maar ik pers mijn lippen samen.

Een huisarts komt de volgende patiënt halen, niet mevrouw schurft.

‘Pfffff nog langer wachten.’ Een stilte volgt, maar niet lang………

‘Ik ga naar huus, ben geen gekske,’ en daar gaat ze. Jammer………wachttijden gaan zoveel sneller als iemand de tent vermaakt.

Mevrouw schurft beklaagt zich bij de balie. Even later zit ze weer naast mij. Mooi! Ik begin me namelijk net te vervelen.

‘Ja ik ga er altijd wat van zeggen, kom nou………wachten, tsssss. Ze bekijken het maar, dat ze maar oprotten. Come on!’ Ik blijf ondertussen doen alsof ik Oost-Indisch doof ben, al zou ik er graag op in gaan, om haar te leren dat ze het vooral zichzelf moeilijk maakt met deze houding. Nee dan kun je nog beter een snebbelkes-oma houding aannemen.

De huisarts komt weer. Eindelijk haar beurt. Ze springt op van haar stoel, verder houdt ze opeens braaf haar smoel.

‘Lang moeten wachten?’ hoor ik de huisarts vriendelijk vragen en dan verdwijnen ze in het kleine kamertje.

Dan word ik uit de wachtkamer geplukt om mijn ‘klaagzang’ te doen. Het verschil is dat ik met het mijne iets bereik en hopelijk voor mijn verdere leven……….de stap is gezet, binnenkort ga ik een half jaar, drie maal per week intensief in behandeling bij een zorginstelling om eindelijk van de duistere snebbelkes en klaagzangs in mijn hoofd verlost te raken. Ik ben het wachten ook beu……….en wil vooruit, vrijheid tegemoet springen !

eindig

PhotoGrid_1467287290281P1020012.JPG

Tja daar zit ik dan, na achttien dagen Dordogne, zijn we dinsdagavond thuis gekomen. De terugreis ging niet soepel, in Frankrijk bijna twee uur file. Een strak plan van mij om kort ervoor nog lekker buiten te dineren, op de stoeprand van een parkeerplaats……… Mijn diner bestond uit meegenomen Franse boterhammen die ik sopte in Nutella. De Nutellapot wilde mijn vriend aanvankelijk in het vakantiehuisje laten i.v.m. smeltgevaar. Niks ervan, vond ik en griste de pot mee. Ik koop nooit Nutella thuis, omdat ik deze het liefst in een keer leeg lik. Nu ik een pot had, zou ik het er van nemen ook. Ik moest tevens mijn heimwee naar de Dordogne weg eten en ik was een kilootje of vier afgevallen afgelopen maanden……….(knap overigens, want zonder dieet) dus er was ruimte !

De vakantie duurde langer dan gepland. We besloten het verblijf te verlengen, nadat de regen plaatsmaakte voor zonniger en warmer weer. Ik wilde niet weg. Vooraf wist ik wat ik nu bevestigd krijg, dat mijn stemming thuis onveranderd zou zijn en ik weer met het gordijn dicht op de bank eindigde. Een blik naar rechts leert mij dat het gordijn inderdaad dicht is……..ach laat mij lekker eigenwijs zijn ! Ik had er niet eens bij nagedacht toen ik de handeling dinsdagavond op de automatische piloot verrichtte.

In de Dordogne sprong ik elke ochtend uit bed en stond om zeven uur al in het bos waarin ik wandelde en tot levensinzichten probeerde te komen, die nooit kwamen. Ik kreeg iets bijzonders met de natuur, voelde daar veel liefde voor, de (knuffel)bomen, beestjes……….op een ochtend stond ik oog in oog met een ree, kruisten twee wilde zwijntjes mijn pad, dan waren er nog de kikkers bij het eco-bad, de libellen, de zwaluwen die in de namiddag van het water kwamen nippen, de waterspinnen en hagedissen, prachtig !

Op mooie dagen lagen we aan het eco-bad en met een wijntje, afgezonderd van de buitenwereld, voelde ik mij een met de natuur. Misschien past het beter bij me ergens te wonen waar nog echt rust te vinden is, geen constante indrukken van menselijke wezens en geen ‘druk’ op welke manier dan ook……..! Nu zit ik dus weer op mijn eigen stekkie, waar verkeer voorbij raast en het centrum voor de deur ligt. De vraag die mij de afgelopen periode parten speelt is, ben ik nou ziek is of is het meer de dolgedraaide, zieke wereld ? De wereld die zichzelf voor de gek houdt, ten onder gaat en ik die daar doorheen prikt met mijn overgevoeligheid. Helaas kan de wereld niet in therapie en ben ik degene die er een weg in moet vinden. Best ziek………toch ?

Ik heb wel plannen van aanpak gemaakt. Het eerste is om nog meer te fotograferen, zodat ik blijf ontdekken dat er ook mooie kanten daarbuiten zijn. Ik heb op vakantie veel gefotografeerd, zie: https://duvelkeinthesky.wordpress.com/natuur-dordogne/

Het tweede plan kun je aan mij persoonlijk vragen……….in ieder geval zal ik toch iets moeten. Het leven gaat door, zelfs na een oneindig lijkende vakantie, waarin je dan denkt, ik heb het eigenlijk zo slecht niet (in een ziek-verrotte wereld) !

Fransoos

IMG_20160615_172023054.jpg

We bevinden ons al een aantal dagen in de Dordogne. Het was tot het laatste moment onzeker of we op vakantie zouden gaan……….dit had te maken met mijn depressie en de angst die ermee gepaard gaat. Maar op het moment dat ik in de auto stap komt er een soort rust over mij heen. Ik weiger nog langer de angst te laten regeren en zeg tegen mezelf,  ‘kom op, je gaat op vakantie, probeer er iets van te maken, heb vertrouwen !’

Vanaf de eerste dag is het weer tamelijk bagger………buien en een dik wolkendek. Evengoed laat ik mijn goede voornemens niet afnemen door een paar druppels. Ik accepteer het. Het is zinloos weerstand te bieden tegen iets waarop ik geen invloed heb. En huiswaarts keren……….ik dacht het niet, daar heb ik die paar honderd pieken niet voor betaald !

Bij aankomst in ons vakantiehuisje komt er een gevoel van vrijheid over mij heen. We hebben een oud boerderijtje uit 1400, daaromheen weiden en bossen, waarin ik zowel ’s ochtends als ‘s avond in mijn eentje wandel. De natuur is precies wat ik nodig heb. Hier kan ik wandelen zonder iemand tegen te komen. Slechts eenmaal kom ik een Fransman tegen die mij aanspreekt. Ik versta er geen jota van, wijs naar mijn oren en stap verder, ook voor mannen weiger ik bang te zijn………..andersom is meer op zijn plek.

De druilerige dagen vullen we met bezoekjes aan prachtige stadjes, kastelen, markten en museums. Gister zijn we gaan mountainbiken……….na een paar meter sta ik trillend op een bergje. Mijn vriend is al beneden. Bij de boerderij naast en onder mij een blaffende hond. Uiteindelijk luister ik naar mijn vriend die mij verzekert dat de beesten aan een touw zitten. Ik gooi mijn angst overboord en rijd naar beneden. Later rijden we bij een Fransoos de achtertuin in………..verbaasd kijkt de Fransoos op. ‘Bonjour’, roep ik, alsof het normaal is om bij wildvreemden de tuin in te fietsen. We keren beschaamd om. Ik wil roepen, nou tot ziens maar weer hè, alleen kom ik niet op de Franse woorden. We proberen nog een pad, tot ik hyperventilerend naast mijn fiets sta, de onbekende bospaadjes zijn eng, bovendien hoor ik onweer……….een vliegtuig volgens mijn vriend. We rijden terug naar onze boerderij. Volgende keer nieuwe ronde nieuwe kansen. Ik laat mij niet meer zomaar afschrikken !

Ook vandaag een bewolkte dag, aan het eind van de middag installeer ik mij met een wijntje bij de houtkachel. ‘We kunnen buiten eten’, zegt mijn vriend, waarop ik terug werp dat het dadelijk vast weer gaat regenen………als ik de tuin instap blijkt de lucht warempel blauw te zijn. De zon brandt fel. Verheugd pak ik twee wijntjes en dek de tuintafel.

Na het eten ga ik mijn avondwandeling maken en mijn vriend mountainbiken. Ditmaal trek ik de ‘bewoonde’ wereld in………..het dorp beneden. Op een enkele boer na is er niemand te bekennen. Ik trek mijn truitje uit en loop in mijn witte topje verder om de warme zon heilzaam op mij in te laten werken. Een half uur later ben ik weer in ons boerderijtje, wachtend tot mijn eigen boer thuiskomt. Het went snel dit nieuwe leventje. Ik moet alleen nog zien hoe ik dat straks allemaal mee naar huis ga nemen……….

Brief aan God

god

Beste God,

Ik weet niet of u bestaat en in welke vorm dat dan mag zijn, maar als u daarboven ergens hangt, wil ik u heel graag om een gunst vragen……..

Kunt u mij op zijn minst een teken geven, bijvoorbeeld een vingertje dat wijst welke richting ik nu op moet? En wilt u dan meteen uitleggen WTF u met mij aan het doen bent momenteel? Ik ben er een beetje klaar mee……..wat zeg ik, nee ik ben er gigantisch klaar mee en mijn omgeving (denk ik) ook! Heeft u mij gehoord God of kunt u niet horen? Bent u überhaupt in het bezit van oren? Ik hoop in ieder geval dat u mij wel kunt lezen. U kunt zien, want ik voel dat u vaak belerend met uw vingertje schudt als ik weer eens een stomme actie bega……..u houdt mij wat dat betreft aardig in de smiezen hè?

Ik begrijp dit hele gedoe waarin ik zit niet, ook begrijp ik mezelf niet, laat staan dat de buitenwereld mij begrijpt. Voor ik officieel tot “onbegrip van 2016” wordt uitgeroepen……..en geloof mij dat doet potverdomme pijn, kunt u mij alsjeblieft op weg helpen? U hoeft mij alleen uw hand toe te reiken en ik zal gretig grijpen. Vervolgens trekt u mij omhoog. U hoeft mij niet helemaal tot in de hemel te trekken……..ik ben bepaald geen engeltje……..maar dat had u vast al lang door (zag ik u nu stiekem glimlachen?) Trekt u mij alleen een beetje verder dan waar ik nu bungel.

Ok mogelijk slaapt u nog, u zit op de wc of bent druk met het helpen van een ander, want ik krijg geen antwoord. Laten we dan afspreken dat ik vanaf nu mijn hand toereik, zonder verwachting of druk op u gericht. Ik zet mijn ongeduld nog eens opzij……..of probeer dat in ieder geval heel hard en stel mij open voor hetgeen er gaat komen.

Alvast bedankt hè meneer of bent u een mevrouw of onzijdig, onmenselijk en ontastbaar? Bent u een stille kracht en moet ik die in mezelf vinden……..is dat waar u mee bezig bent of ikzelf of weet ik veel?!

Oja en als u (of ikzelf) eenmaal getrokken heeft, laat mij dan NOOIT weer zo diep zakken en blijft u vooral ook van mijn humor af, want zonder worden zelfs mijn schrijfsels een trieste bedoening……..of is dat allemaal teveel gevraagd? En oja 2, ik ga bijna op vakantie naar de Dordogne en zie alleen maar regendruppels bij de weersverwachting. Kunt u zorgen dat het ook daar een beetje opklaart?

Hallo God bent u er nog of was u mij per ongeluk een poosje vergeten?

Amen!

 

de trein-man

IMG_20160516_145602.jpg

Zijn fiets met dubbele fietstas leunde tegen het struikgewas. Een eindje verderop stond hij……….naast de spoorlijn. Hij droeg een petje, een groen geblokt overhemd en een rossige snor. Ik staarde naar hem. Betrapt keek hij mijn kant op. Ik onderbrak mijn wekelijkse mountainbike tochtje, ook al zat ik net lekker in een vlot ritme, dit was een afstap poging meer dan waard. Mijn mountainbike zette ik tegen een boom, waarna hij op de grond mieterde. Ik probeerde hem nog eens te parkeren en weer viel hij. Opnieuw raapte ik hem op en smeet hem daarna alsnog woest op de grond, dan maar zo ! Ik moest die man helpen, geen tijd te verliezen………

Het was lastig een aanknooppunt te vinden. Wat kon ik zeggen, ‘meneer u kunt beter niet nu springen, want als het goed is komt Veolia zo en dat zijn relatief kleine apparaten, beter zou u de sneltrein nemen………’ Ik gooide het over een andere boeg, een menswaardigere. ‘Meneer, een gevoelstoestand is nooit blijvend. Zelfs al voelt het nu zo. Het is een moment, een fractie uit een heel mensenleven, er gaat nog zoveel komen.’

Zijn blik was moeilijk te peilen, er was iets van medelijden, al kon ik dat niet plaatsen. Het belette mij er niet van door te gaan. ‘Ik snap dat u deze impuls kreeg, door wanhoop gedreven, maar u hoeft daar geen gehoor aan te geven. Weet u, zelfs op de aller zwartste dagen, zijn er sprankjes licht, ook al zijn ze piepklein………..en wat als u eens nieuwsgierig wordt naar de toekomst, in plaats van eruit te stappen vanuit een gevoel, waarover u de baas weer kunt worden?’

Hij zweeg en leek verbaast door mijn spraakwaterval. Ik ging verder, ‘ruikt u de geur van het bos en hoort u de vogeltjes fluiten? (hoe cliché)………. Ervaart u de rust die de natuur u zomaar schenkt en heeft u al gezien hoe mooi de lucht is, de kleine wolkjes in die oneindig blauwe hemel? De hemel waar u nog lang niet thuis hoort, voor uzelf niet en wellicht hebt u een gezin of mensen om van te houden. Die mensen houden ook van u. U bent nodig en u bent hier om er iets van te maken. Ik zeg niet dat het leven altijd mooi is, nee, het zit vol verrassingen, soms fijne, soms nare. Deze levenservaringen, hebben u gemaakt tot het mooie mens dat u geworden bent. Begrijp mij niet verkeerd……….ik weet hoe zwaar het kan zijn, toch gun ik u beter. Gun uzelf alsjeblieft liefde, dat verdient u !’

Zijn mond kwam in beweging……….en nu pas zag ik de (haast niet te missen) grote camera om zijn hals. ‘Mevrouw bedankt, maar ik ben hier gewoon als treinspotter, om foto’s te knippen…………’

‘Eh, ja natuurlijk……….dat eh, snap ik. Ik dacht alleen ik geef het u even mee……..snapt u……..? Ach weet u, laat ook maar.’

Dit gesprek heeft overigens nooit plaatsgevonden. De man in kwestie (inderdaad een treinspotter) heb ik wel zien staan tijdens het mountainbiken. Het fictief verhaal schoot mij al fietsende te binnen………zo gaat dat soms.

fotoverhaal en bedankje

Beste volgers,

Ik zou heel graag een verhaaltje willen schrijven zoals jullie dat gewend zijn van mij, helaas lukt dit momenteel niet…….. De puf en motivatie ontbreekt. Vandaar dat ik op het idee kwam een fotoverhaal te maken waarin ik op een beeldende manier kan laten zien waar ik nou eigenlijk precies zo hard aan werk.

De afgelopen periode heb ik mijn depressie soms middels foto’s proberen vast te leggen, in de hoop dat ik ooit hierop terug kijk en denk, gelukkig is dat nu voorbij of op de achtergrond…….met mijn foto’s wil ik geen zielig beeld schetsen, wel wil ik de realiteit en dat deel wat niemand ziet tonen. Het is mijn blog en ook dit is Wendy. De echt ernstige jankfoto’s bespaar ik jullie. Ik geef om mijn lezers, net zoals ik geef om al die verschrikkelijk lieve mensen om mij heen…….de mensen die mij met kleine gebaren, een stevige knuffel, kaartje, berichtje, luisterend oor of bezoekje een beetje liefde laten voelen, daar heb ik heel veel aan. Ik vind dit dan ook een mooie gelegenheid om te zeggen: dankjewel !!!

Het zou fantastisch zijn als ik op deze manier met jullie steun en vertrouwen de kracht hervind om te komen waar ik wil zijn, waar dat precies is ga ik nu laten zien……..

Ik wil van hier:

PhotoGrid_1464197169866

Naar daar:

PhotoGrid_1464268604978.jpg

Terug in de tijd gaan is onmogelijk………maar als ik de dame op de tweede fotoserie ook ben (geweest) dan moet het toch mogelijk zijn om op zijn minst stukjes van haar terug te vinden ? En het liefst stukjes die langer dan slechts een momentje stand houden, want dat overtuigt niet genoeg, waardoor ik de moed steeds meer verlies……..of juist toch net genoeg erin houd, want ik heb nog altijd niet opgegeven. Ik ben meer dan het nare gevoel dat al maanden overheerst. Het is zo jammer als ik dat dreig te vergeten.

Nogmaals dankjewel dat jullie er (nog altijd) zijn !

Liefs,

Wendy

nieuwe wereld

Earth-Clouds-Art-728x455

We werden opgeschrikt door een enorme soort van aardbeving of reusachtige komeetinslag, wat er gebeurde bleef onduidelijk……. De hele aarde schudde en viel in duigen, waarna hij zichzelf min of meer overeind hielp. Nadat het schudden ophield, bleek de aarde zoals wij deze kenden, vervangen door een geheel nieuw stelsel. Volgens mij bleef de mensheid behouden, tenminste, ik liep nog rond !

Het eerste wat in mij opkwam was, zie je wel, deze omslag zag de mens al langere tijd aankomen. Ik had het al die tijd ergens geweten of gevoeld, daarom waren we zo onrustig geweest, voerden oorlog, haalden andere gruweldaden uit en kampten met onverklaarbare psychische of lichamelijke klachten……. Instinctief voelden we dat er iets groots ging gebeuren en vertoonden, zo werd nu duidelijk, een soort angst gedrag. We wisten alleen niet wat ons precies te wachten stond.

Eindelijk begreep ik mezelf en waarom ik al maandenlang een onheilspellend gevoel had. Het was allemaal te verklaren. Ik begreep de mensheid nu ook beter. Alles viel op zijn plek……. Onze nieuwe ‘aarde’ vond ik erg bevrijdend, aangezien ik vrijuit in mijn bikini rond huppelde. Ik deed daarnaast een paar rare, onpasselijke, vunzige dingen, waarvan de reden mij een compleet raadsel is en welke ik zeker niet uit de doeken ga doen. Het strookte ook totaal niet met dit hele verhaal.

Maar het belangrijkste was dat ik de wereld opeens begreep en alles vanaf nu beter zou worden……. Hierin wilde ik dolgraag geloven, tot ik geleidelijk aan merkte dat mijn onbehagen er nog altijd zat en alles in en om mij heen weer een mistroostig, groezelig karakter kreeg. De wereld bleek helemaal niet zo veranderd te zijn, mogelijk was hij zelfs hetzelfde gebleven.

Ik probeerde uit te vogelen wat zich precies had afgespeeld en pijnigde mijn gedachten. Hoe kon het dat ik deze aardse gedaanteverwisseling zo echt en helder ervaren had, zonder dat er daadwerkelijk iets had plaatsgevonden ? Veel tijd kreeg ik echter niet om erover na te denken……. Verward schrok ik zoals gewoonlijk rond de klok van zes wakker met hetzelfde opgejaagde gevoel als vanouds. Nog voor ik naar buiten had gekeken, zag ik al dat de lucht grijs was. 

Ik geloof dat ik deze droom eventjes de rest van mijn leven moet laten bezinken……

stilte

4bd996788243f6d173c92b1200a89008.jpg

‘Wat ben je stil ?’ ‘Ben je altijd zo stil ?’ Opmerkingen die ik geregeld kreeg, dat maakte me nijdig. Het klonk verwijtend. Stil zijn lijkt geen sociaal wenselijk gedrag. Praten wel. Ook al verplaats je slechts lucht om de stilte te vullen, zolang je maar praat. Het leven bestaat zelfs voornamelijk uit veel gepraat……..waarin niets gezegd wordt.

Als ik zulke opmerkingen kreeg, ging ik er op in en o wee, dan bleek er toch opeens een felle feeks in mij te schuilen…….want waar bemoei jij je mee ?! Wie ben jij om mij op mijn persoonlijkheid te wijzen ? Ik zeg toch ook niet dat jij veel praat. Jij praat nu eenmaal veel en dat is best. Ik heb die behoefte niet !

Het nare is dat die opmerkingen in mijn hoofd zijn opgeslagen………zodra ik mij in sociale kringen verkeer, hoor ik ze in mijn hoofd mekkeren, ‘je bent stil, dat is afkeurenswaardig, stilte is leegte. Leegte is niets. Je bent niet(s).’ Hier word ik verdrietig van. Ondanks dat ik graag in stilte ben, heeft het mij altijd het gevoel gegeven dat ik moest veranderen om het de buitenwereld naar de zin te maken……..belachelijk !

Een avond vol lullen vind ik dodelijk vermoeiend, dit zit niet in mij. Mijn gedachten zijn diepgaand. Oppervlakkige praatjes zijn een opgave. Ik raak snel de motivatie kwijt en ben er gauw klaar mee. Van nature ben ik een denker, een schrijver. Ik heb ruimte nodig om na te denken over mijn woorden……..en als ik schrijf, zeg ik soms meer dan menigeen in een heel vol geluld mensenleven.

Ben je stil dan voelt men zich ongemakkelijk………wat gaat er in die ‘stillerd’ om ? Neem van mij aan, heel veel ! En ja, ik denk ook over jou. Ik vind het interessant te ontdekken wie er achter die spraakbuis zit. Mijn vader zei vroeger altijd, ‘pas maar op want ons Wend(y) ziet en hoort alles, ook dingen die je over jezelf nog niet wist.’

Mensen gaan de confrontatie met stilte uit de weg. Ze vluchten, willen bezig zijn…….afgeleid van stilte. Stilte (leegte) moet opgevuld worden en zo raak je steeds meer verwijderd van jezelf, jouw wensen en belangen. Wat overblijft is een aftreksel van de rest.

Denk je nog voor jezelf of volg je de kudde en doe je wat in jouw sociale kringen binnen het verwachtingspatroon valt……….om maar niet raar te worden gevonden ? Ga je op stap zodat je naderhand iets te melden hebt, of omdat je het zo leuk vindt, dat drukke leven, waarin je jezelf voorbij raast ? Ben je echt dat feestvarken of zit er achter dat masker iets anders en hang je liever languit op de bank in je streepjes pyjama ? Hoe lekker voel jij je nou helemaal bij jouw levenswijze ? Wie ben je eigenlijk ?

Ga de stilte met jezelf eens aan. Ontdek hoeveel je daarin hoort. Over stilte gesproken……..ik heb al 4 dagen het gordijn in de woonkamer dicht, dat is pas stil en weet je ? Ik vind het zalig in mijn eigen rare wereldje ! (ook als ik mij daarin soms behoorlijk kut voel)

http://overlevenenverlangens.blogspot.nl/2016/05/veilig-op-mijn-planeet.html

glunderaar

Beautiful-nice-sweet-quotes-sayings-pictures-e1431981900858

Vergezeld door zijn moeder, zus, twee grote tassen en zijn broer stapt hij de trein in. Hij gaat aan het raampje tegenover ons zitten, deze jongeman met het downsyndroom. Verheugd wrijft hij in zijn handen. De glundering op zijn gezicht bekrachtigd zijn ongekende enthousiasme. De aanstekelijke glimlach lijkt vanuit zijn tenen, of dieper nog…….te komen.

Zijn zus naast hem, zegt dat ze nog een lange treinreis te gaan hebben met de nodige overstaps om het vliegveld te bereiken……waar zij opstijgt naar een ver oord. Hij hoort haar aan knikt en glundert voort, gevolgd door weer een verheugd handje wrijven.

Een halte verder moet zijn broer eruit. Broer is, zo vangen we op, bezig met verbouwen. Hij knuffelt zus, wenst haar een goede reis en loopt naar de uitgang. Zijn broer tegenover ons, draait zijn glunderende hoofd en roept hem nog iets na, voor ons en ook voor uitstap-broer onverstaanbaar. Zus weet het te vertalen……‘politie !’ of nee ‘veel plezier !’ corrigeert ze zichzelf. ‘Dankje !’ roept broer terug.

Even later staat broer op het perron, wachtend op de volgende trein. Het glunderende gezicht keert zich naar het raampje aan de overkant, dat uitkijkt op het perron. Met een uitbundig op en neer wapperende hand zwaait hij naar zijn broer, dit houd hij minutenlang vol……aangezien de trein nog even stil staat. Hij schatert, want hoe leuk is het om je broer nog even door een raampje te zien ? Kennelijk erg leuk. Uitgelaten roept hij zijn broers naam, zich niet realiserend dat dit alleen hoorbaar is in de coupe. Als onze trein vertrekt, zwaait broer nog even vrolijk terug vanuit het perron.

Met een tevreden blik leunt hij weer achterover en wrijft nog eens verheugd in zijn handen. Zijn glundering wordt soms onderbroken, dan hangt zijn mond open en kijkt hij wezenloos, zijn ogen blijven steken ergens net boven mijn hoofd…… de vreugdelichtjes in zijn ogen blijven behouden. Zijn vinger speelt met het lusje van mijn handtas, op het tafeltje tussen ons in. Diezelfde vinger strijkt hij langs zijn neus. Een lange sliert kleeft als een elastiek tussen duim en wijsvinger, die hij uitstrekt richting zus. Ze maakt lachend duidelijk dat dit vies is, waarna ze een zakdoekje pakt……en ik mijn handtas gauw opzij trek.

Kort voor we het station bereiken waar ze moeten overstappen, zegt zus dat hij haar rugzak mag dragen….. ‘want jij bent zo sterk’. Hij straalt nog meer, balt zijn vuist en houdt de ‘gespierde’ arm voor mijn vriend. Mijn vriend doet zijn werk en voelt eraan, ‘zo wat heb jij een spierballen !’ Zijn ogen, mond en hele voorkomen, is nu een bonk trotse, gelukzaligheid. Vol gelukzalige, trots stapt hij uit met de zware rugzak over zijn sterke schouder. De elastieken sliert mag dan zijn weg gepoetst…..zijn persoonlijkheid is gelukkig met geen zakdoek weg te vegen, daar kunnen wij best nog wat van opsteken !

monster

Black-Monster-T-Shirts

Zondag werd ik een jaartje ouder. Mijn feeststemming was ver te zoeken. Het liefst deed ik niks dit jaar. Mijn vriend dacht er anders over. Hij trakteerde de vrijdagavond ervoor op een drankje en een etentje……het monster, mijn depressie, ging mee.

Onderweg naar het café kreeg ik onverwacht mijn eerste ‘cadeau’ al…….bij een busje stond een man intimiderend naar mij te staren. Mijn monsterlijke-bijna-jarige-job-uitstraling maakte veel enthousiasme in (en aan) hem los, aangezien hij met zijn hand, met voet gaat nu eenmaal lastig, zijn geslachtsdeel bewerkte. Op zich respect dat hij zijn broek aan hield…….verder had hij zijn pleziertje beter tot thuis kunnen opsparen, dan behield ik mijn eetlust en de waan dat het ooit goed komt met de wereld.

Café bezoekjes kan ik op verschillende manieren beleven……. Ik kan bijzonder treurig worden bij het zien van over de bar hangende stamgasten die zich vol laten lopen. Kletsend over niks, vullen ze de leegte met liters bier, om uren later huiswaarts te wankelen. Thuis vervallen ze, nadat de drank roes weg is, weer in leegte, zo hobbelen ze wekelijks van leegte, naar vulsel, naar leegte. Ik werd nu niet treurig, want ik was het al. Na 1 flink glas wijn te hebben gedronken……..alle monstertranen moeten ook weer aangevuld worden……..zochten we een restaurant.

Eerst kozen we voor de vertrouwde optie, het restaurant waar we elk jaar heen gaan, maar het bleek vol……een opluchting, eenmaal daar kreeg ik spijt dat we voor de veilige optie gekozen hadden. Ik was hard toe aan iets nieuws. We verkasten naar het restaurant aan de overkant. Een prima keuze. Ik nam weer een wijntje en het werd een gezellige avond, ondanks het monster dat constant aan mijn broekspijp trok. Ik aaide over zijn bol en liet hem voor wat hij was.

Mijn vriend en ik zaten tegenover elkaar met een fonkelend kaarsje tussen ons in. Ik pakte zijn hand, zoals je dat in suffe films ziet, keek hem aan en vroeg droogjes, ‘wil je met mij trouwen?’ We schoten in de lach……trouwen en wij? Dat gaat echt niet gebeuren, daar zijn we het vanaf het prille begin unaniem mee eens. We aten een heerlijk 3 gangen diner, waarna we met een goed gevulde maag en ongetrouwd naar huis liepen.

Zondagochtend, de dag waarop ik echt verjaarde…….werd ik met tranen overspoeld. Ik was jarig en het behoorde een leuke dag te worden, begreep ik uit de felicitaties via social media, dat is nogal een opgave met een monster. Ik wilde op de bank wegkwijnen onder een dekentje. Mijn vriend stelde voor om te wandelen, daarna trakteerde hij op een lunch. ‘Je hebt al genoeg gegeven’, zei ik, maar hij weigerde mij thuis te laten ver-monsteren…….dus pakten we zijn plannetje op. Het werd alsnog een geslaagde ochtend en begin van de middag.

Thuis pinkte ik een traantje weg, verder bleef het droog. We sloten de dag af met een vocht aanvullend wijntje…….al met al was deze verjaardag zo monsterlijk niet. Ik heb geleerd om het beest niet meer te ontkennen zoals ik dat lang deed, eigenlijk best een bevrijdend verjaardagscadeau !

depressie

 

52461-I-Am-Stronger-Than-Depression

‘Wat voel je dan?’ een vraag die ik de laatste tijd vaak krijg………

Hoe leg ik uit dat het voelt als kortsluiting in mijn hersenen………dat ik nergens naar uit kijk, moeilijk kan genieten, levenslust ontbreekt, dat ik wakker word met een allesoverheersend, leeg, duister gevoel. De beklemmende kracht waarmee het andere, vreugdevolle emoties verdrukt, wat rest is een onbestemd, onheilspellende angst, onrust, intense somberheid en verdriet. Het is als leven onder een grijs wolkendek dat alle zicht belemmert. Wakker worden na de zoveelste rusteloze nacht, waarin ik stilletjes huilde om de vicieus cirkelende……..eindeloze gedachtegangen in mijn hoofd.

Ik voel machteloosheid, omdat er iets (een stofje?) in mij ontbreekt waarover ik geen zeggenschap heb…….dat brengt vermoeidheid met zich mee. Mijn lichaam dat ’s ochtends niet wil opstaan of energie steken in de wereld buiten mij, maar waarnaar ik weiger te luisteren. Ik weet dat ik dan helemaal verloren zou zijn. Elke handeling die ik moet verrichten, bijvoorbeeld bij het ochtendritueel, voelt als het beklimmen van de Mount Everest. Kleine beslissingen nemen…….zoals wat ik aan zal trekken, zijn een innerlijke strijd. Leven bestaat uit constante keuzes en daden, dat maakt leven voor mij een strijd.

Het vertrouwen op genezing dat wegebt…….gevangen in groezelige somberte, welke zich naar binnen heeft geboord en daar (voorgoed) huist. Het voelt als afdrijven van de bewoonde wereld, op mijn eilandje, waar niemand mij kan bereiken, ook al wordt er tegen mij gesproken. Gesprekken die ik probeer te volgen. Ik hoor ze, maar moet mij inspannen om ze te verstaan, met dit hoofd, bestaande uit warrige denkbeelden, stuurloos, radeloos, wanhoop, knoop en tranen zonder einde. Het “proces” heeft sluipenderwijs steeds meer stukjes in mij weg gevreten en die mag ik nu allemaal uitkotsen. Deskundigen beweren dat het te genezen is, maar ik wil mijzelf geen illusies maken…….dat heb ik te vaak gedaan. Misschien ebt het ooit naar de achtergrond, meer verwacht ik niet en nu zeker niet !

Ik merk dat menig buitenstaander zich hier geen voorstelling van kan maken en met goedbedoeld advies komt….…waarmee ik weinig kan. Het is geen kwestie van gewoon genieten of  positief zijn, wat een ander vanzelfsprekend vindt, is voor mij keihard vechten. Mensen denken al gauw dat ik zielig en eenzaam ben, dat ze mij op moeten vrolijken of een feestje bouwen als redding. Lieve mensen, daar zit ik helemaal niet op te wachten. Natuurlijk ben ik ontzettend dankbaar voor de kaartjes en steun, juist die beetjes geven extra kracht. Maar ik hoef niet “gered” te worden….…en ben allerminst zielig of eenzaam. Ik heb genoeg vrienden en familie. Hooguit kan ik mij alleen of onbegrepen voelen met dit gevoel.

Laat mij alsjeblieft gewoon ZIJN onder mijn grijze wolkendek. Een strak blauwe lucht hoeft niet. Ik leef al heel lang met “kortsluiting”. Nu heeft iets in mij (zonder overleg) besloten om de stekker eruit te trekken. Ik ben niet veranderd, alleen gestopt met vechten tegen gevoelens die net zo goed bij mij horen………en ik blijf vooral lekker door schrijven !

‘Wat voel je dan?’

‘Opluchting !!’